Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/2.2.3:2.2.3 Het ontnemen van de werking aan een verrekeningsverklaring
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/2.2.3
2.2.3 Het ontnemen van de werking aan een verrekeningsverklaring
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS605988:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Afdeling 6.1.12 BW wordt op een viertal plaatsen aan de wederpartij van de partij die zich op verrekening beroept, de mogelijkheid geboden om aan een uitgebrachte verrekeningsverklaring de werking te ontnemen.
Het eerste geval is geregeld in artikel 6:132 BW. Wordt een verrekeningsverklaring uitgebracht door een daartoe bevoegde, dan kan de wederpartij die grond had om nakoming van haar verbintenis te weigeren, aan de verrekeningsverklaring haar werking ontnemen door op de weigeringsgrond een beroep te doen, onverwijld nadat die verklaring werd uitgebracht en zij tot dit beroep in staat was. Voorbeelden van in te roepen weigeringsgronden zijn: vernietiging of ontbinding van de onderliggende overeenkomst of uitoefening van een opschortingsrecht.1
Het tweede geval betreft dat waarin de wederpartij zelf gebruik maakt van een oudere verrekeningsbevoegdheid. Volgens artikel 6:133 BW kan, nadat de ene partij een verrekeningsverklaring heeft uitgebracht, de andere partij, mits onverwijld, aan die verklaring haar werking ontnemen door alsnog gebruik te maken van een eigen bevoegdheid tot verrekening, doch alleen indien deze laatste verrekening verder terugwerkt. Deze regeling kan van belang zijn wanneer de eigen verrekeningsbevoegdheid van degene die met een beroep op verrekening wordt geconfronteerd verder terugwerkt ("ouder is") dan degene die als eerste verrekende. Hiermee kan een partij bijvoorbeeld voorkomen dat zij rente verschuldigd is over de periode tussen het tijdstip dat haar bevoegdheid tot verrekening ontstond en het tijdstip dat de verrekeningsbevoegdheid van de wederpartij ontstond.2
Ten derde biedt artikel 6:137 lid 2 BW een bevoegdheid om aan een verrekeningsverklaring haar werking te ontnemen. Deze houdt verband met de 'imputatievolgorde'.3Is bij een verrekening de toerekening van hoofdsom, kosten en/of rente in een andere volgorde geschied dan die van artikel 6:44 lid 1 BW, dan kan de wederpartij van degene die heeft verklaard te verrekenen door een onverwijld protest aan die verklaring haar werking ontnemen.
Ten vierde geeft artikel 6:138 lid 2 BW nog een specifieke regeling voor het ontnemen van de werking aan een verrekeningsverklaring. Dit betreft de situatie dat de plaats van voldoening der verbintenissen, die in verrekening worden gebracht, niet dezelfde is. Volgens artikel 6:138 lid 1 BW is in die situatie verrekening niet uitgesloten, mits degene die verrekent zijn wederpartij de schade vergoedt die deze lijdt doordat niet wederzijds op dezelfde plaats voldoening geschiedt. Volgens artikel 6:138 lid 2 BW kan de wederpartij van degene die ondanks dit verschil in plaats van nakoming heeft verrekend, door een onverwijld protest aan de verklaring tot verrekening haar werking ontnemen als zij (dus die wederpartij) er een gerechtvaardigd belang bij heeft dat geen verrekening maar nakoming plaatsvindt.
Bij de bespreking van artikel 24 Iw 1990 zal blijken dat de belastingplichtige niet de mogelijkheid heeft de werking aan een verrekening door de fiscus te ontnemen. Hij kan slechts de verrekening bij de burgerlijke rechter aanvechten.4