Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/6.6:6.6 Limitatieve opsomming of open norm
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/6.6
6.6 Limitatieve opsomming of open norm
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859262:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zowel Nederland als België hanteert een limitatieve opsomming van onwaardigheidsgronden. Er zijn ook wetgevingen waarin de rechter oordeelt over de ernst van de feiten en dus beoordelingsvrijheid heeft bij de vraag of de gedraging tot onwaardigheid moet leiden. De Belgische wetgever heeft bewust niet gekozen voor het toekennen van beoordelingsbevoegdheid aan de civiele rechter met betrekking tot de ernst van de feiten.1 In paragraaf 2.9 is de weg verkend voor een gedeeltelijk open norm. De bezwaren die in de Belgische parlementaire geschiedenis zijn benoemd, nopen wat mij betreft niet tot een andere conclusie.
De rechtszekerheid blijft bestaan voor de concreet omschreven onwaardigheidsgronden. De open norm kan daarbij recht doen aan situaties waarin de rechter anders moet terugvallen op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid. Hierbij moet niet uit het oog worden verloren dat het Belgische recht een dergelijke correctiemogelijkheid niet kent. De Nederlandse regeling heeft daarmee altijd een zekere rechtsonzekerheid in zich. In mijn optiek is dat terecht, omdat op deze manier recht kan worden gedaan aan de omstandigheden van het geval. Met de formulering van een gedeeltelijk open norm bestaat voor de rechter de mogelijkheid de kwalificatie onwaardigheid te hanteren, hetgeen in een dergelijk geval strookt met het rechtsgevoel. Gevallen die de wetgever niet heeft of kon voorzien, maar die volgens de rechter gewichtig genoeg zijn, kunnen op deze manier tot onwaardigheid leiden. Hetzelfde geldt voor gedragingen die door veranderende maatschappelijke of juridische opvattingen onwaardigheid tot gevolg moeten hebben.
De bepaling bevat verder de nodige flexibiliteit om mee te buigen met veranderingen in het strafrecht en eventuele nadere jurisprudentie van het EHRM.2