De procesovereenkomst
Einde inhoudsopgave
De procesovereenkomst (BPP nr. XIII) 2012/3.3.5:3.3.5 Bewijs- en vormvoorschriften
De procesovereenkomst (BPP nr. XIII) 2012/3.3.5
3.3.5 Bewijs- en vormvoorschriften
Documentgegevens:
M.W. Knigge, datum 24-10-2012
- Datum
24-10-2012
- Auteur
M.W. Knigge
- JCDI
JCDI:ADS391851:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. Kuypers 2008, p. 461 e.v.; Meijer 2011, p. 397 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In verschillende bepalingen met betrekking tot procesovereenkomsten is een bewijs-voorschrift opgenomen. Zo bepaalt artikel 1021 Rv dat de overeenkomst tot arbitrage wordt bewezen door een geschrift. Daarvoor is voldoende een geschrift dat in arbitrage voorziet of dat verwijst naar algemene voorwaarden welke in arbitrage voorzien en dat door of namens de wederpartij uitdrukkelijk of stilzwijgend is aanvaard. Eenzelfde bepaling is in artikel 8 lid 5 Rv opgenomen met betrekking tot de internationale forumkeuze en in artikel 108 lid 3 Rv met betrekking tot de interne forumkeuze. Artikel 23 EEX-Vo kent voor de overeenkomst tot forumkeuze geen bewijsvoorschrift, maar wel bepaalde vormvoorschriften.
Hier zal niet diep op deze bewijs- en vormvoorschriften worden ingegaan. In paragraaf 10.2 komen zij nader aan de orde. Bovendien is over deze bepalingen elders al veel geschreven.1
Aangenomen kan worden dat voor de niet in de wet geregelde mogelijkheden om af te wijken van het procesrecht geen bewijs- of vormvoorschriften gelden. Voor een dergelijk voorschrift zal een uitdrukkelijke wettelijke bepaling nodig zijn, omdat anders voor partijen niet duidelijk is dat zij zich aan het voorschrift moeten houden en wat dit voorschrift precies inhoudt.