Einde inhoudsopgave
De procesovereenkomst (BPP nr. XIII) 2012/3.3.8
3.3.8 Redelijk belang
M.W. Knigge, datum 24-10-2012
- Datum
24-10-2012
- Auteur
M.W. Knigge
- JCDI
JCDI:ADS387167:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Burg. Procesrecht, Van Mierlo/Bart, p. 111.
Zie ook Kuypers 2008, p. 933.
HR 1 februari 1985, NJ 1985, 698, m.nt. JCS (Piscator), r.o. 3.2. Denkbaar is (daarnaast) dat opname van dit vereiste een historische achtergrond heeft; zie de toelichting van Franx bij zijn voordracht tot cassatie in het belang der wet, nr. 5.10 en Franx 1996, p. 91.
Kuypers 2008, p. 938; Strikwerda 2008, p. 223, nr. 219; Vlas & Ibili 2003, p. 312; De Boer 1996, p. 77; Franx 1996, p. 91; Schultsz in zijn noot bij HR 1 februari 1985, NJ 1985, 698, m.nt. JCS (Piscator), nr. 3. Zie over de precieze uitleg van dit vereiste uitgebreid Kuypers 2008, p. 935 e.v.
Kuypers 2008, p. 939.
Zie bijv. Kuypers 2008, p. 939 e.v.; De Boer 1996, p. 78.
Zie voor een uitgebreide onderbouwing van afschaffing van deze beperking Kuypers 2008, p. 939 e.v.
In artikel 8 lid 1 Rv is bepaald dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft indien partijen hem bij overeenkomst hebben aangewezen, tenzij daarvoor geen redelijk belang aanwezig is. Eenzelfde uitzondering is opgenomen in artikel 9 sub a Rv met betrekking tot de stilzwijgende forumkeuze. Deze beperking komt niet voor in artikel 8 lid 2 Rv, waar de derogatie van de Nederlandse rechter is geregeld. Ook is een dergelijke bepaling niet te vinden in de EEX-verordening. Ten slotte kennen ook andere wetsbepalingen waarin partijen de mogelijkheid wordt gegeven af te wijken van het procesrecht een dergelijke beperking niet.
Wat is nu de reden voor opname van dit vereiste in het kader van de forumkeuze voor de Nederlandse rechter? In de parlementaire geschiedenis bij artikel 8 Rv wordt in dit verband verwezen naar het Piscator-arrest, waarin prorogatie van de Nederlandse rechter door de Hoge Raad voor het eerst mogelijk werd geacht.1 In dit arrest werd de 'redelijk-belang'-beperking inderdaad gesteld, maar dit werd niet expliciet gemotiveerd. Achtergrond van de beperking lijkt te zijn dat Nederland zijn gerechtelijk apparaat niet zo maar in alle gevallen ter beschikking wil stellen. De gerechten worden immers door de overheid gefinancierd.2 Daarnaast lijkt opname van deze beperking met name negatief te zijn ingegeven: duidelijk moest worden gemaakt dat voor de geldigheid van de forumkeuze niet vereist is dat er voldoende aanknopingspunten zijn met de Nederlandse rechtssfeer. De Hoge Raad overweegt in dit arrest namelijk:
‘Met de onder 3.1 aangestipte argumentatie (...) valt niet wel te verenigen dat een keuze van pp. van de Nederlandse rechter als forum ter berechting van geschillen die tussen hen mochten rijzen of zijn gerezen, slechts dan effectief is (...) indien de voor die rechter ingestelde vordering voldoende aanknopingspunten heeft met de Nederlandse rechtssfeer (. ). De eis dat de ingestelde vordering voldoende aanknopingspunten heeft met de Nederlandse rechtssfeer, sluit uit dat pp. de Nederlandse rechter kunnen kiezen enkel omdat zij hem beschouwen als neutrale, dat wil zeggen als in generlei opzicht bij hun (mogelijke) geschillen betrokken rechter. Zowel bij vorenbedoelde argumentatie als bij de regeling welke de prorogatie in het interne rechtsverkeer heeft gevonden, past het best als regel van Nederlands internationaal bevoegdheidsrecht te aanvaarden dat pp. (. ) ter kennisneming van geschillen over zaken die te hunner vrije bepaling staan, de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in beginsel vrijelijk vermogen te vestigen, tenzij daarvoor geen redelijk belang aanwezig is.'3
Voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer zijn dus niet vereist. De forumkeuze is pas dan ongeldig, indien hiervoor geen redelijk belang aanwezig is.
Tegen deze achtergrond lijkt aannemelijk dat deze bepaling niet te streng moet worden uitgelegd. In de literatuur wordt aangenomen dat een redelijk belang vrijwel steeds aanwezig zal zijn.4 Ook in de praktijk wordt soepel met deze bepaling omgegaan: volgens Kuijpers is sinds het Piscator-arrest in 1985 nog nooit de bevoegdheid van de Nederlandse rechter afgewezen wegens afwezigheid van een redelijk belang.5 In de literatuur is dan ook wel de vraag gesteld, of het niet beter zou zijn indien deze beperking werd afgeschaft.6 Afschaffing lijkt inderdaad voor de hand te liggen, zeker aangezien een vergelijkbare beperking in de EEX-verordening ontbreekt.7