RvdW 2025/157:Opzettelijk telen van hennep in woning (art. 3B Opiumwet), diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311 lid 1 onder 5 Sr) en beschadigen en verijdelen van veiligheidsmaatregel van elektriciteitswerk, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was (art. 161bis lid 2 Sr). Bewijsklachten m.b.t. daderschap diefstal ‘d.m.v. verbreking’ van elektriciteit buiten de meter om en m.b.t. daderschap beschadigen en verijdelen van veiligheidsmaatregel van elektriciteitsvoorziening in woning door aanbrengen van ‘illegale aansluiting’. HR: Om redenen vermeld in CAG is middel in zoverre terecht voorgesteld. CAG: Klacht over bewijs van strafverzwarende omstandigheid van bewezenverklaarde diefstal (verbreking van elektriciteitswerk) en bewijs van bewezenverklaarde beschadiging van elektriciteitswerk en verijdeling van ten opzichte daarvan genomen veiligheidsmaatregel, is terecht voorgesteld. Hof heeft hieromtrent niets vastgesteld, terwijl daderschap van verdachte in zoverre niet uit inhoud van gebruikte bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Dat verdachte betrokken was bij opbouw van hennepkwekerij is immers (zoals Pr (in het door hof bevestigde vonnis) ook met zoveel woorden heeft overwogen) niet komen vast te staan. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.