Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.5.5.1:6.5.5.1 Overgang van de juniorvordering
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.5.5.1
6.5.5.1 Overgang van de juniorvordering
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186911:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook par. 6.5.2.2 en Spinath 2005, p. 17.
Zie A. van Hees 1989, p. 128.
Vgl. art. 6:252 BW.
Zie nader Du Perron 1999, p. 158, Asser/Sieburgh 6-III 2018/559, HR 17 mei 1985, NJ 1986/760 (Curaçao/Boyé) en HR 10 november 1995, NJ 1996/270 (Luttikhuizen/Van Mourik’s Huizen Mij.).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
352. Als een vordering onder tijdsbepaling of voorwaarde overgaat op een andere schuldeiser blijft de voorwaarde of tijdsbepaling aan de vordering verbonden.1 Dus voor zover een oneigenlijke achterstelling bestaat uit een tijdsbepaling of opschortende voorwaarde blijft die in stand bij overgang van de juniorvordering.
Veel oneigenlijke achterstellingen bevatten daarnaast verbintenissen tussen de junior en de senior, zoals de verbintenis om de juniorvordering niet op te eisen voordat de senior is voldaan. De verplichtingen daaruit gaan in beginsel niet over op de nieuwe junior.2 Daarvoor bestaat geen grondslag. Kwalitatieve verplichtingen bestaan immers alleen voor registergoederen.3
De nieuwe junior is dus alleen gebonden aan de verbintenissen jegens de senior als hij die bij de overgang van de juniorvordering op zich neemt. De senior kan dat proberen te bereiken met een kettingbeding, maar de junior kan daarin tekortschieten en de juniorvordering doen overgaan zonder dat de nieuwe junior de achterstelling aanvaardt. Een cessionaris die de juniorvordering overneemt zonder het kettingbeding te respecteren is slechts in uitzonderlijke omstandigheden aansprakelijk.4 Bovendien is een beslaglegger op de juniorvordering niet gebonden aan het kettingbeding.