RvdW 2025/788:Zware mishandeling, art. 302 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht. Heeft hof bewijsmiddelen gebruikt die niet redengevend zijn voor bewezenverklaring? 2. Noodweer, art. 41 lid 1 Sr. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Ad 1. Klacht, die in hoge mate karakter heeft van ‘napleiten’ waarvoor in cassatie geen plaats is, berust op verkeerde lezing van ’s hofs arrest. Bewijsoverwegingen komen immers in volgorderlijkheid naadloos overeen met daaraan ten grondslag liggende b.m. betreffende kernverwijt en worden daardoor aldus gedragen. Klacht mist daarmee feitelijke grondslag. Ad 2. Verwerping van stellingen van verdediging ligt besloten in ’s hofs overwegingen, terwijl eveneens duidelijk is waaraan hof de f&o die ten grondslag liggen aan verwerping van beroep op noodweer heeft ontleend. Niet-aannemelijk geachte verklaring van verdachte komt erop neer dat aangever ‘ging slaan met stoel’ en hij zich slechts afweerde, terwijl uit verklaring van aangever volgt dat hij in reactie op aanwezigheid van de met koevoet bewapende verdachte in zijn voortuin met tuinstoel ‘op hem afliep’, waarna verdachte de aangever heeft geslagen. Het bezigen van verklaring van aangever en het aannemelijk achten van die door hem verklaarde feitelijke toedracht, is daarmee niet tegenstrijdig met het niet-aannemelijk achten van verklaring van verdachte. Het op iemand aflopen met tuinstoel levert immers nog geen (dreigende) noodweersituatie op, te meer niet indien die gedraging volgt op het bewapend met koevoet betreden van erf van aangever door ander. Gelet hierop is verwerping door hof van beroep op noodweer niet onbegrijpelijk en ook niet ontoereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.