RvdW 2025/786:Negeren van opdracht van burgemeester tot beëindiging van betoging (art. 7 jo. art. 11 lid 1 sub b WOM). Vrijspraak in eerste aanleg. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 427 lid 2 Sv. Uitzondering van art. 427 lid 3 Sv van toepassing, nu samenstel van WOM en APV Den Haag aan de orde is? HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van verdachte niet in behandeling nemen. CAG: Hof heeft bewezenverklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in art. 7 jo. art. 11 lid 1 sub b WOM omschreven feit, welk feit zoals blijkt uit art. 11 lid 2 WOM een overtreding is. Hof heeft t.z.v. dat feit een geheel voorwaardelijke geldboete opgelegd van € 250, subsidiair 5 dagen hechtenis. Ex art. 427 lid 2 sub b Sv staat tegen ’s hofs uitspraak in beginsel beroep in cassatie niet open. Geen sprake van overtreding van gemeentelijke verordening a.b.i. art. 427 lid 3 Sv. Aan tekst noch aan wetsgeschiedenis van art. 427 lid 3 Sv kunnen aanwijzingen worden ontleend dat uitzondering op cassatieverbod zich ook uitstrekt tot indirect relevante regelgeving van lagere overheden. Verdachte n-o.