Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/6.6.5:6.6.5 Inhoud begrip bedrijfswaarde
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/6.6.5
6.6.5 Inhoud begrip bedrijfswaarde
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS344298:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
T.a.p., blz. 299.
Vanuit bedrijfseconomisch perspectief kunnen hierbij echter kanttekeningen worden geplaatst. In de bedrijfseconomie wordt namelijk uitgegaan van de eigen vermogensfictie earning before interest and tax'. Het onderscheid eigen vermogen versus vreemd vermogen is voor de bedrijfseconomie niet relevant aangezien over beide componenten rente wordt berekend.
In gelijke zin M.N. Hoogendoorn, t2.p., blz. 300.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bedrijfswaarde wordt wel eens aangeduid met het begrip 'indirecte opbrengstwaarde' (dit ter onderscheiding van de verkoopwaarde ook wel genoemd `directe opbrengstwaarde'). Hoogendoorn1 wijst op een belangrijk aspect met betrekking tot de bedrijfswaarde, namelijk dat het een op toekomstige opbrengsten gericht begrip is (vandaar de benaming: indirecte opbrengstwaarde). Het gaat om in de toekomst te behalen netto-opbrengsten voor zover deze aan het desbetreffende actief kunnen worden toegerekend. In het geval van onmiddellijke buitengebruikstelling komt de bedrijfswaarde min of meer overeen met de directe opbrengstwaarde.
Terecht ziet Hoogendoorn een aantal problemen bij de daadwerkelijke waardebepaling van een actief op bedrijfswaarde:
grote onzekerheden ten aanzien van het schatten van de netto-opbrengsten in volgende jaren;
moeilijkheden bij de toerekening van de netto-opbrengsten aan het desbetreffende actief;
onzekerheden ten aanzien van de bepaling van de vermogenskosten (onderscheid eigen en vreemd vermogen).2
In de praktijk zullen daarom verschillende mogelijke bedrijfswaarden moeten worden berekend, onder verschillende vooronderstellingen. Ook zal elk jaar een bijstelling van de bedrijfswaarde op basis van recentere gegevens noodzakelijk zijn. Deze aanpassingen kunnen uiteraard leiden tot het in latere jaren alsnog boeken van overschotten of tekorten. Bij een normale bedrijfsuitoefening is het maken van gedetailleerde bedrijfswaardeberekeningen niet noodzakelijk. Immers, in dat geval behoeft veelal niet te worden getwijfeld aan het niet kunnen terugverdienen van de boekwaarde. De bedrijfswaarde zal dan hoger liggen dan de boekwaarde en een bijzondere waardevermindering behoeft niet te worden geboekt. Bedrijfswaardeberekeningen worden pas cruciaal indien redelijke twijfel ontstaat aan de mogelijkheid van `recoverability' van het geactiveerde bedrag3.