Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.20
4.20 Wet op het basisonderwijs 1981
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977018:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ibid., artikel 8 lid 3.
Wet van 15 december 1982, Stb.1982, nr. 730 en Wpo van 18 juni 1998, Stb. 1998, nr. 228.
Ibid., artikel 9 lid 2d.
R.A.P. Tielman & N.L. Dodde, ‘Het vak geestelijke stromingen in het openbaar onderwijs’, in: Dodde & Sékrève (red.) 1992, p. 133-150.
Braster 1995, p. 225.
Ibid., p. 225, 296; vgl. Raamleerplan Godsdienst/Levensbeschouwing op Katholieke Basisscholen, NKSR, Den Haag 1999, Leerplan van Kennis van het geestelijk leven (Geestelijke stromingen) met aandacht voor het V.B.A.O., Calscollege Nieuwegein 1992 en ‘Openbaar onderwijs erkent het belang van godsdienstles’, Trouw 10 november 2006, p. 7.
Zie: Veugelers e.a. 2004 en R. Soetaert, ´Maatschappelijke en wetenschapsfilosofische reflectie over vakinhouden, in: Engels (red.) 1998, p. 15-33.
Kennisgebied geestelijke stromingen voorland voor burgerschap
Op 1 augustus 1985 treedt de Wbo in werking1, op basis van de OWbo (1984).2 De wet is afgestemd op de persoonsvorming en veronderstelt ‘het opgroeien van leerlingen in een plurale samenleving’.3 De bevordering van emotionele, verstandelijke en creatieve vermogens en het verwerven van sociale, culturele en fysieke vaardigheden is basaal.4 Staatsinrichting beoogt burgerschapsvorming (artikel 9 lid 2b Wbo en 13 lid 3d Wec5)6 Bij de invoering van kennisgebieden is het goed de effecten van de invoering in 1985 van geestelijke stromingen te analyseren (artikel 9 lid 2e Wpo, 13 lid 3e Wec)
Kennisgebied: van geestelijk leven naar geestelijke stromingen
In het wetsontwerp (1981) is ‘geestelijk leven’ opgenomen. Deze benaming is bij de eerste nota van wijziging vervangen door ‘geestelijke stromingen’.7 Hierdoor zou objectieve kennisoverdracht meer verzekerd zijn, waardoor een te zwaar accent op ‘beleving van geloof of overtuiging’ wordt voorkomen.8 Socioloog Braster laat op basis van een survey-onderzoek (1994) zien dat één-zesde van de basisscholen geestelijke stromingen op het rooster heeft staan, waarvan driekwart dit vak geeft in de context van aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappelijke verhoudingen en staatsinrichting, en wereldoriëntatie.9 De implementatie liet volgens Braster te wensen over: ‘Het heeft op de openbare school een marginale reputatie verworven. De mogelijkheden op de bijzondere school zijn groter door het vak godsdienst’.10 Het invoeren van een kennisgebied blijkt dus eenvoudiger dan de realisatie.11