Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.3.2.4
9.3.2.4 Artikel 13 lid 1 IVESCR
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977365:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 13 lid 1 IVESCR: De Staten die partij zijn bij dit Verdrag erkennen het recht van eenieder op onderwijs. Zij zijn van oordeel dat het onderwijs gericht dient te zijn op (…) en dient bij te dragen tot de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Artikel 13 lid 3 IVESCR: De Staten die partij zijn bij dit Verdrag verbinden zich de vrijheid te eerbiedigen van ouders (…) om voor hun kinderen (…) andere dan door de overheid opgerichte scholen te kiezen, die beantwoorden aan de door de Staat vast te stellen of goed te keuren minimum-onderwijsnormen en hun godsdienstige en zedelijke opvoeding te verzekeren overeenkomstig hun eigen overtuiging.
Rb. Den Haag 18 januari 1995, NTOR 1995, 44; vgl. Brugmans 2005, p. 117.
Uit artikel 13 lid 1 en 3 IVESCR volgt ook het recht op onderwijs.1 Artikel 13 lid 1 IVESCR omvat als doelstelling ’het bijdragen aan het eerbiedigen van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden’. In artikel 13 lid 2a-c IVESCR is het recht op onderwijs vastgelegd. Op basis van artikel 13 lid 3 en 4 kunnen de kerndoelen en eindtermen worden vastgesteld.2