Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/3.2.0
3.2.0 Introductie
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS393149:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Hessels, S.J.A. en E.H. Hooge (2006), Small Business Govemance; een verkenning naar de betekenis en de praktijk van corporate govemance in het MKB', Zoetermeer: EIM Onderzoek voor Bedrijf en Beleid, blz. 25.
Waard, T. de (2003), 'De vormgeving van grensoverschrijdende samenwerking tussen vrije beroepsbeoefenaren', in: L.J. Hijmans van den Bergh et al. (2003), 'Nederlands ondernemingsrecht in grensoverschrijdend perspectief', Uitgave vanwege het Instituut voor Ondernemingsrecht Rijksuniversiteit Groningen, Deventer: Kluwer, blz. 39-62.
Thompson, R.B. (1995), supra noot 2, blz. 921-946.
Onder de vennootschapstructuur van de vennootschap kan worden verstaan de inrichting van het besturen van de onderneming, het toezicht houden daarop en het verantwoording afleggen hierover. Het besturen kan gezien worden als het formuleren van de strategische richting voor de toekomst van de onderneming op langere termijn, en het zorg dragen voor de uitvoering ervan. Het toezicht houden betekent het zich informeren over en het houden van toezicht op de prestaties van bestuurders vooral uit het belang van de stakeholders. De verantwoording houdt in het afleggen van verantwoording aan diegenen die een legitieme eis daartoe hebben en/of aan wie het nodig wordt geacht door de vennootschap.1 De structuur geeft vorm aan de zeggenschapsverhoudingen en het machtsevenwicht in de vennootschap. De invulling van de structuur en de vrijheid daarin is afhankelijk van de rechtsvorrn.2 De ene rechtsvorm zal meer dwingend recht voor de inrichting van de structuur met zich brengen dan de andere rechtsvorm. De keuze voor een structuur begint bij de voorkeur voor centraal of decentraal management en gaat verder naar een hele reeks van andere zaken zoals de continuïteit en de liquiditeit (zie hiervoor paragraaf 3.2.2).3