Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/5.3.1.1:5.3.1.1 Communicatie binnen het verhoor
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/5.3.1.1
5.3.1.1 Communicatie binnen het verhoor
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Karakteristiek voor de interactie tijdens het verhoor is dat het een vorm van institutionele communicatie betreft. Institutionele communicatie verloopt volgens vaste patronen en de interacties worden sterk door de context gestructureerd, zowel naar inhoud als naar aard en duur. De rolverdeling ligt binnen de institutionele context op voorhand vast, waarbij de professionele beroepsbeoefenaar een voorsprong heeft op zijn gesprekspartner. Hij beschikt over de noodzakelijke kennis, is bedreven in het voeren van dergelijke gesprekken en zal spoedig een eigen werkwijze ontwikkelen om deze gesprekken zo doeltreffend mogelijk af te handelen, waarnaar de gesprekspartner zich zal (moeten) schikken.1 Dit type communicatie onderscheidt zich van het filosofisch dialectisch model van waarheidsvinding, zoals gepropageerd door Habermas, dat een ideale gesprekssituatie met gelijke kansen en gelijkwaardigheid van gesprekspartners veronderstelt.2
De institutionele communicatie binnen de context van het strafrechtelijk verhoor is door Bal ook wel aangeduid als dwangcommunicatie.3 Het is de verhoorder die in belangrijke mate de gespreksonderwerpen bepaalt en beperkingen kan stellen aan de inhoud en duur van de interactie. Doordat de verhorende functionaris vrijwel dagelijks verhoren afneemt, heeft de gehoorde persoon – ondanks zijn informatiepositie in de onderlinge communicatie – een minder ‘sterke’ positie. Daarbij beschikt de verhorende ambtenaar over de noodzakelijke juridische expertise, die de getuige veelal ontbeert.4 De machtsuitoefening die met institutionele communicatie gepaard gaat, is in de verhoorsituatie extra sterk aanwezig daar getuigen onder bepaalde omstandigheden moeten dulden dat dwangmiddelen tegen hen worden ingezet om hen te laten verschijnen en verklaren. Fysieke dwang (medebrenging, gijzeling) is de ultieme vorm van machtsuitoefening. Getuigen hebben ook niet altijd voordeel bij het afleggen van een verklaring. Hoewel de getuige in beginsel de persoon is die de informatie verstrekt, is het de verhorende persoon die stuurt en de touwtjes in handen heeft. Deze ongelijkwaardige verhouding is kenmerkend voor de rol van de verhorende ambtenaar ten opzichte van de getuige.5
De communicatieve context is medebepalend voor de kwaliteit van de verklaring die wordt afgelegd. Verhoren worden door getuigen veelal als stressvol ervaren.6 Dit ligt niet alleen aan de institutionele context en de psychische druk van de verhoorsituatie waarin direct antwoord moet worden gegeven op de gestelde vragen, maar kan ook zijn gelegen in de vrees om zelf als verdachte te worden aangemerkt of de vrees voor represailles als gevolg van het afleggen van een verklaring. Voor slachtoffers die moeten getuigen kan het heel confronterend zijn om (opnieuw) hun verhaal te moeten doen. De druk die uitgaat van het verhoor beïnvloedt niet alleen de communicatie, maar kan ook zijn weerslag hebben op de werking van het geheugen. Stress kan bijvoorbeeld leiden tot concentratieverlies en kan (tijdelijk) falen van het geheugen veroorzaken doordat het niet lukt om waargenomen en opgeslagen informatie op te roepen.7