Grensoverschrijdende overgang van onderneming
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende overgang van onderneming (MSR nr. 69) 2015/7.3.8:7.3.8 Voorrangsregels (9 Rome I-Verordening)
Grensoverschrijdende overgang van onderneming (MSR nr. 69) 2015/7.3.8
7.3.8 Voorrangsregels (9 Rome I-Verordening)
Documentgegevens:
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg, datum 01-03-2015
- Datum
01-03-2015
- Auteur
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg
- JCDI
JCDI:ADS434620:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 23 november 1999, NJ 2000, 251 (Arblade).
Conclusie A-G Strikwerda bij HR 18 januari 1991, NJ 1991, 296 (Sanchez/Iberia).
HvJ EU 17 oktober 2013, JAR 2013/302 m.nt. E.J.A. Franssen (Unamar).
HvJ EU 17 oktober 2013, JAR 2013/302 m.nt. E.J.A. Franssen (Unamar), r.o. 50.
Deinert 2013, p. 193.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als de overgang van onderneming bij de voorrangsregels wordt ondergebracht, dient het toepasselijke recht te worden vastgesteld aan de hand van artikel 9 Rome I-Verordening. Voorrangsregels zijn krachtens de definitie van artikel 9 lid 1 Rome I-Verordening bepalingen aan de inachtneming waarvan een land zoveel belang hecht voor de handhaving van zijn openbare belangen (zoals zijn politieke, sociale of economische organisatie) dat zij moeten worden toegepast op elk geval dat onder de werkingssfeer ervan valt, ongeacht welk recht overeenkomstig deze verordening overigens van toepassing is op de overeenkomst. De definitie van voorrangsregels is ontleend aan het Arblade-arrest dat zag op arbeidsrechtelijke regels die in België werden beschouwd als ‘wetten van politie’, de Belgische benaming van voorrangsregels.1
Er bestaan conflictregels die het toepasselijke recht op een rechtsverhouding aanwijzen (bijvoorbeeld artikel 8 Rome I-Verordening voor individuele arbeidsovereenkomsten). Het door de conflictregels aangewezen recht beheerst het bestaan en de materiële en formele geldigheid van de overeenkomst (artikel 10 en 11 Rome I-Verordening). Er bestaan ook regels die niet onder de conflictregels vallen, omdat zij een eigen internationale werkingssfeer (ook wel ‘scope rule’ genoemd) hebben. Deze regels zijn van toepassing als de casus binnen die internationale werkingssfeer valt. Een voorrangsregel is alleen dan (maar dan ook steeds) van toepassing indien de functie en strekking van de regel in het licht van de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven.2 Voorrangsregels onttrekken zich aan de gewone conflictregels en zijn niet afhankelijk van het recht dat door de gewone conflictregels is aangewezen.
Krachtens artikel 9 lid 1 Rome I-Verordening zijn voorrangsregels bepalingen die een openbaar belang dienen, waarbij wordt verwezen naar de politieke, sociale of economische organisatie van een land. Het is dus primair aan de lidstaten om te bepalen welke regels in hun nationale rechtsorde als voorrangsregels moeten worden aangemerkt. Uit het Unamar-arrest blijkt dat daaraan wel grenzen worden gesteld.3 De eerste grens wordt gesteld door het EU-recht en met name de verdragsregels inzake het vrije verkeer. Zodra de toepassing van voorrangsregels leidt tot een belemmering van het vrije verkeer kan het EU-recht de aan de voorrangsregels ten grondslag liggende overwegingen slechts aanvaarden voor zover het gaat om uitzonderingen op de communautaire vrijheden die uitdrukkelijk in het Verdrag zijn opgenomen en – in voorkomend geval – voor zover het gaat om dwingende redenen van algemeen belang. De tweede grens wordt gesteld door de systematiek van (inmiddels) de Rome I-Verordening. De partijautonomie is de hoeksteen van de Rome I-Verordening, zodat de uitzondering die daarop wordt gevormd door de voorrangsregels strikt moet worden uitgelegd. Het Hof van Justitie heeft daarover in het Unamar-arrest geoordeeld dat het daarbij moet gaan om bepalingen waarvan uit de precieze bewoordingen ervan, de algemene opzet en alle omstandigheden waarin ze zijn vastgesteld, blijkt dat de nationale wetgever ze heeft vastgesteld om een belang te beschermen dat voor de betrokken lidstaat fundamenteel is.4
De voorrangsregels van artikel 9 Rome I-Verordening moeten worden onderscheiden van bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken zoals bijvoorbeeld opgenomen in artikel 8 lid 1 Rome I-Verordening. Overweging 37 van de preambule bij de Rome I-Verordening bepaalt hieromtrent:
‘Overwegingen van algemeen belang rechtvaardigen dat de rechters van de lidstaten zich in uitzonderlijke omstandigheden kunnen beroepen op rechtsfiguren zoals de exceptie van openbare orde en op bepalingen van bijzonder dwingend recht. Het begrip “bepalingen van bijzonder dwingend recht” moet worden onderscheiden van de uitdrukking “bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken”, en dient met meer terughouding te worden gebezigd.’
Van voorrangsregels moet derhalve terughoudend gebruik worden gemaakt. Dit geldt niet in de laatste plaats omdat anders de gewone conflictregels nutteloos zouden zijn.5 Bovendien zijn de gewone conflictregels gunstig voor de internationale beslissingsharmonie. De afwijking van de gewone conflictregels van de Rome I-Verordening doordat lidstaten bepalingen als voorrangsregels beschouwen behoeft derhalve rechtvaardiging.