Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/6.2.1
6.2.1 Positie curator
mr. drs. C.M. Harmsen , datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180326:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
H.P.J. Ophof, ‘Faillissement, surséance van betaling en de continuïteit van de onderneming’, in: Het faillissement in de tijd van Molengraaff en nu (Preadvies van de Vereeniging ‘Handelsrecht’), Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1993, p. 14, R.D. Vriesendorp, Insolventierecht, in: Jac. Hijma ea., Studiereeks Burgerlijk Recht, deel 8, Deventer: Kluwer 2013, p. 136, B. Wessels, Faillietverklaring (Wessels Insolventierecht nr. I) 2018/1005 e.v., N.J. Polak en M. Pannevis, Insolventierecht, Deventer: Kluwer 2017, veertiende druk, p. 2 en A.M.J. van Buchem-Spapens en Th.A. Touw, Faillissement, surseance van betaling en schuldsanering, Monografieën Privaatrecht, deel 2, Deventer: Kluwer 2013, negende druk, p. 2.
Artikel 68 Fw.
Artikel 23 Fw.
Artikel 64 Fw.
S.C.J.J. Kortmann, ‘De curator, de bewindvoerder en de organen van de vennootschap en onderneming’, in: Het faillissement in de tijd van Molengraaff en nu (Preadvies van de Vereeniging ‘Handelsrecht’), Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1993, p. 107.
De staat van insolventie treedt in wanneer het faillissement voorafgaand aan het houden van een verificatievergadering wordt beëindigd bij gebrek aan baten, dan wel wanneer tijdens de verificatievergadering geen akkoord wordt aangeboden, een aangeboden akkoord niet wordt aangenomen tijdens de verificatievergadering, het aangeboden akkoord niet wordt gehomologeerd of het gehomologeerde akkoord wordt ontbonden.
S.C.J.J. Kortmann, ‘De positie van de vennootschapsorganen, de ondernemingsraad en de curator tijdens faillissement’, in: H.J.M.N. Honeé e.a., Van vennootschappelijk belang (Maeijer-bundel), Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1988, p. 104 en S.C.J.J. Kortmann, ‘De curator, de bewindvoerder en de organen van de vennootschap en onderneming’, in: Het faillissement in de tijd van Molengraaff en nu (Preadvies van de Vereeniging ‘Handelsrecht’), Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1993, p. 108.
B. Wessels, Bestuur en beheer na faillietverklaring (Wessels Insolventierecht nr. IV) 2015/4213.
C.M. van der Heijden, Insolventie en rechtspersoon (diss. Amsterdam VU), Serie Recht en Praktijk, nr. 96, Kluwer: Deventer 1996, p. 174.
F.M.J. Verstijlen, De faillissementscurator (diss. Tilburg), Uitgaven van het Schoordijk Instituut, Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1998, p. 138.
J.W. Winter, ‘Curator, jaarrekening en voortzetting van het bedrijf’, in: S.C.J.J. Kortmann e.a., De Curator, een octopus, Serie Onderneming en Recht, deel 6, Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1996, p. 38-39.
P.J. Dortmond, Van der Heijden Handboek voor de naamloze en de besloten vennootschap, Deventer: Kluwer 2013, dertiende druk, randnummer 376.
In het ontwerp van de Faillissementswet zoals Molengraaff dat voor ogen had, was de faillissementsprocedure gericht op liquidatie van het vermogen van de gefailleerde en de verdeling ervan onder de gezamenlijke schuldeisers van de gefailleerde, overeenkomstig hun rang en relatieve omvang van hun vordering.1 De liquidatie en verdeling van het vermogen vindt plaats door de door de bevoegde rechtbank aangestelde curator, die vanaf de datum van het uitspreken van het faillissement, met terugwerkende kracht tot 00.00 uur die dag, belast is met het beheer en de vereffening van de boedel.2 De gefailleerde zelf blijft handelingsbevoegd na het uitspreken van het faillissement. Hij verliest door de faillietverklaring van rechtswege de beschikking en het beheer over het tot het faillissement behorende vermogen.3 Deze bevoegdheden behoren vanaf het uitspreken van het faillissement tot de taak van de curator. De rechter- commissaris houdt toezicht op het beheer en de vereffening van de failliete boedel door de curator.4
Voor een gefailleerde rechtspersoon betekent het faillissement dat de rechtspersoon en haar organen blijven bestaan.5 De rechtspersoon blijft bestaan totdat de staat van insolventie intreedt.6 Bestuurders (en commissarissen) worden niet van rechtswege uit hun functie ontheven als gevolg van het faillissement. Zij blijven behoudens een daartoe strekkend besluit van het tot ontslag bevoegde orgaan of een eigen besluit van die strekking, bestuurder (of commissaris) van de gefailleerde rechtspersoon. Kortmann vat de positie van de organen van de failliete rechtspersoon samen als dat zij handelingsbevoegd blijven, ook ten aanzien van het eigen vermogen van de rechtspersoon, maar de organen van de rechtspersoon kunnen de gefailleerde boedel niet meer binden. De organen van de failliete rechtspersoon moeten het algemene faillissementsbeslag respecteren.7 Eenzelfde standpunt is te vinden bij Wessels,8 C.M. van der Heijden,9 Verstijlen,10 Winter11 en Dortmond.12