Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/12.3.2.3:12.3.2.3 Haas: ook verdekte uitkeringen conform § 30 GmbHG niet aantastbaar met § 134 InsO
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/12.3.2.3
12.3.2.3 Haas: ook verdekte uitkeringen conform § 30 GmbHG niet aantastbaar met § 134 InsO
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS403529:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook Haas is van mening dat een uitkering aan een aandeelhouder die niet in strijd is met § 30 GmbHG, in beginsel kwalificeert als een handeling om baat. Volgens hem kan de tegenprestatie van de aandeelhouder gevonden worden in de lidmaatschapsverhouding tussen de vennootschap en de aandeelhouder (die Mitgliedschaft), hoewel hij daarbij niet concretiseert waaruit deze tegenprestatie precies bestaat.1 Hij lijkt van mening te zijn dat de uitkering volgt uit de deelname van de aandeelhouder in het kapitaal van de vennootschap, nu die deelname ook verplichtingen voor de aandeelhouder meebrengt die tegenover een uitkering moeten worden gezet. Ook als sprake is van een verdekte winstuitkering, dus wanneer zonder een formeel uitkeringsbesluit eigen vermogen wordt overgeheveld naar de aandeelhouder, is zijns inziens nog steeds sprake van een rechtshandeling om baat, nu een dergelijke vermogensoverheveling met oog op het aandeelhouderschap plaatsvindt.2 Als het eigen vermogen van de vennootschap echter negatief is, of als de vennootschap ‘Insolvenzreif’ is, kan volgens Haas aan het aandeelhouderschap geen waarde meer worden toegekend, zodat uitkeringen aan aandeelhouders onder die omstandigheden wél kwalificeren als handelingen om niet in de zin van § 134 InsO.