Uitkoop van minderheidsaandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.3.2.b.vii:9.3.2.b.vii Een (gedeeltelijk) ruilbod
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.3.2.b.vii
9.3.2.b.vii Een (gedeeltelijk) ruilbod
Documentgegevens:
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS598869:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
OK 21 mei 1992 (ro. 3.3), NJ 1992/698 (Holec); OK 19 juli 2001, JOR 2001/182 (Reckitt Benckiser); OK 26 mei 2005 (ro. 3.6), ARO 2005/93 (Scala Business Solutions).
Evenzo Corten (2008), p. 790; Olden onder JOR 2012/43. De gestanddoening door de bieder heeft alleen betekenis als de opschortende voorwaarden niet zijn vervuld en de bieder desondanks verklaart de koop tot stand te willen brengen door van die voorwaarden afstand te doen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het geval het voorafgaand bod een (gedeeltelijk) ruilbod is, doet zich een extra complicatie voor.
De OK kan de prijs dan niet zonder meer vaststellen op de geboden tegenprestatie. Deze bestaat namelijk (gedeeltelijk) uit aandelen en de uitkoopprijs moet in geld luiden (§ 9.5.1). Om toch te kunnen aansluiten bij de biedprijs, moet de OK ook de waarde van de geboden aandelen vaststellen. Vaak betreft het beursgenoteerde aandelen, zodat zij hiervoor de beurskoers kan gebruiken. De moeilijkheid is echter welke peildatum de OK moet hanteren voor de waarde van deze aandelen.
In de uitkoopprocedures inzake Holec, Reckitt Benckiser en Scala doet deze vraag zich voor. De OK sluit echter zonder motivering aan bij de door de uitkoper gevorderde peildatum, te weten de dag van de dagvaarding, de dag van de gestanddoening respectievelijk de dag van de betaalbaarstelling.1
De eerste twee momenten acht ik niet juist. De dag van dagvaarding is niet passend, omdat dan niet de waarde van de over te dragen aandelen op het moment van het bod centraal staat, maar meer de waarde van de geboden aandelen in een bieder per aanvang van de procedure. De dag van gestanddoening is evenmin geschikt. Dit moment is veelal niet meer dan een mededeling dat alle voorwaarden van het bod zijn vervuld. Het komt verder geen bijzondere betekenis toe en ligt als peildatum voor de waarde van de aandelen dan ook niet in de rede.2
De uitspraak inzake Scala is naar mijn mening wel juist. Bepalend voor de waarde van de onder het bod geboden tegenprestatie is het moment waarop de aandeelhouders deze prestatie ontvangen. Dit is de dag van de betaalbaarstelling. Bij de keuze om al dan niet hun aandelen onder het bod aan te melden, maken de aandeelhouders een inschatting van de waarde van de betaalaandelen op het moment dat zij deze daadwerkelijk ontvangen. Deze problematiek speelt ook bij het wettelijk prijsvermoeden, zie hierover § 9.3.4.