Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/5.1.2.1:5.1.2.1 De invloed van individuele beslismedewerkers op het besluit
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/5.1.2.1
5.1.2.1 De invloed van individuele beslismedewerkers op het besluit
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180213:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De meeste beslismedewerkers vertelden me dat ze sec het beleid uitvoeren. Een paar beslismedewerker zeiden dat ze behalve aan het beleid, ook toetsen aan hun eigen ideeën over het beleid. Deze medewerkers ervaren dus discretionaire ruimte om het beleid zelf in te vullen en in voorkomende gevallen ook aan te vullen. Ze gebruiken hiervoor een ethical motivatie. Het onderstaande fragment geeft hiervan een voorbeeld:
I: Wat is de rol van de beslismedewerker volgens jou?
R: Die moet conform het beleid de juiste beslissing nemen, maar ook conform zijn eigen ideeën daarover. Als iets net niet helemaal past, en je denkt dit gaat hem echt niet worden, dit kan niet, dit lukt niet, dan moet je als beslismedewerker ook weten wanneer je buiten de kaders moet denken en proberen te handelen.
I: Wat houdt dat in?
R: Dat als iets eigenlijk net niet voor inwilliging in aanmerking komt, dat je kijkt of er op een of andere manier nog een mouw aan te passen is.
I: Wat voor gevallen zijn dat?
R: Mensen van wie je denkt: die redt het niet. Dit gaat mis. Mensen die bijvoorbeeld alleen zijn, psychisch niet in orde zijn. Meestal is het een optelsom. Er is een medisch gebrek, een sociaal gebrek er is geen vangnet, er is achterstand, geen opleiding. Waarbij je denkt, als ik deze mensen terugstuur, dan gaat het mis. […] dan kijk je of je er nog wat mee kunt.
I: Hoe?
R: Het moet wel binnen het beleid passen. Als het er niet binnenvalt, zit je in een schrijnendheidsituatie.1
Veruit de meeste beslismedewerker zeggen niet snel buiten het beleid om te beslissen. Als ze het desalniettemin niet te verantwoorden vinden om de asielzoeker een verblijfsvergunning te onthouden, kunnen ze de aanvraag als schrijnende zaak voorleggen aan de staatssecretaris. Die kan de aanvraag inwilligen als ook hij het geval ernstig genoeg vindt. Dit is volgens mijn respondenten echter een onzeker proces, waarop de medewerker weinig invloed heeft. Een paar beslismedewerker zeggen dat ze er daarom in heel bijzondere situaties weleens zelf besluiten om een aanvraag, creatief gebruik makend van het beleid en na intern overleg, toch in te willigen. Ik vroeg een medewerker of daar dan ruimte voor bestaat. Zij antwoordde:
R: Ja, iedereen kan alles zo formuleren. Nou ja, misschien niet iedereen, maar dat lukt mij altijd wel. Ik heb het zelfs voor elkaar gekregen dat mijn casus tegenwoordig bij de sollicitatiecommissie wordt gebruikt: ‘beslismedewerker moeten toch ook wel een menselijk gezicht hebben. Wat zou jij in dit geval doen?’ Haha. Ik heb ook wel overleg over die inwilliging gehad hoor. Ik heb het ook wel eens via een advocaat gespeeld. Dat ik hem sprak en zei: ik zie echt geen mogelijkheid, maar als jij nou zegt dat je naar de krant stapt, dan zeg ik hier intern dat de advocaat naar de krant stapt.
I: Haha, dus zo wordt er gewheeld en gedeald hier?
R: Ja tuurlijk!2