De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.8.1:4.8.1 Algemeen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.8.1
4.8.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS401865:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Richtlijn spreekt strikt genomen niet van 'onverzekerd' maar neemt als criterium of de verzekeraar binnen twee maanden na het ongeval kan worden geïdentificeerd. Kortheidshalve zal ik hier spreken van 'onverzekerd', al zijn er situaties denkbaar dat de verzekeraar na verloop van twee maanden toch nog wordt gevonden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het schadevergoedingsorgaan vindt zijn regeling in art. 24 en 25 van de Richtlijn. De lidstaten moeten een orgaan oprichten of erkennen dat is belast met de vergoeding aan benadeelden in de in art. 20 lid 1 bedoelde gevallen, aldus de eerste alinea van art. 24 lid 1. Uit de verdere regeling van het schadevergoedingsorgaan in de Richtlijn blijkt dat de taak van het orgaan beperkter is dan uit deze eerste zin van art. 24 lijkt voort te vloeien.
Art. 24 ziet daarbij op de situatie dat het aansprakelijke voertuig verzekerd is. Het schadevergoedingsorgaan kan dan een rol spelen als de verzekeraar al dan niet een schaderegelaar heeft aangesteld maar deze, dan wel de verzekeraar zelf, niet binnen drie maanden een onderbouwd regelingsaanbod doet, dan wel niet gemotiveerd antwoordt waarom een dergelijk aanbod (nog) niet kan worden gedaan. Art. 25 is van toepassing als de aansprakelijke onverzekerd of onbekend is gebleven.1
Omdat zowel de voorwaarden waaronder de benadeelde toegang tot het schadevergoedingsorgaan krijgt, als de taken die het orgaan onder elk van beide artikelen heeft te vervullen verschillen, worden beide artikelen hierna gescheiden behandeld.
Voor beide artikelen gelden voorwaarden die ook van toepassing zijn voor de toegang tot de schaderegelaar: het ongeval moet hebben plaatsgevonden in een lidstaat, niet zijnde de lidstaat van woonplaats van de benadeelde. Bovendien moet, als het aansprakelijke voertuig bekend is, het niet gewoonlijk zijn gestald en verzekerd in de lidstaat van woonplaats van de benadeelde. Onder bepaalde omstandigheden kan het schadevergoedingsorgaan ook een rol hebben als het ongeval in een derde land, aangesloten bij het groenekaartstelsel, plaatsvindt. Deze en andere voorwaarden worden uitvoeriger besproken in de paragrafen 4.83 en 4.8.4.
Daaraan voorafgaand moet echter aandacht worden besteed aan de vraag wie kwalificeert als 'benadeelde' in de zin van de regeling van het schadevergoedingsorgaan en het vraagstuk van de subsidiariteit.