Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.3.2.b.iii
9.3.2.b.iii ‘…op grote schaal aanvaard…’
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS601117:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Evenzo Norbruis (2005), p. 59.
OK 8 april 2014, JOR 2014/163 (D.E. Master Blenders); OK 26 november 2013, ARO 2014/26 (OctoPlus); OK 21 december 2010, ARO 2011/16 (Smit Internationale); OK 28 oktober 2008, JOR 2008/335 (Numico); OK 13 maart 2008, ARO 2008/71 (Endemol Group). In OK 5 februari 2013, ARO 2013/42 (Wavin) heeft de uitkoper 93, 59% van de aandelen waarop het bod zag verkregen, hiervan is echter een substantieel deel verkregen door aankopen in het regelmatig beursverkeer gedurende het openbaar bod.
OK 18 september 2012 (ro. 3.10), ARO 2012/139 (IFCO Systems).
Het eerste vereiste is dat het openbaar bod op grote schaal aanvaard moet zijn. De gedachte is dat de biedprijs kennelijk een redelijke prijs is, indien een overgrote meerderheid van de aandeelhouders het bod heeft aanvaard. Andersom geldt dat als relatief weinig aandeelhouders op het bod zijn ingegaan, de biedprijs klaarblijkelijk te laag is en volgens de markt geen juiste weerspiegeling van de waarde van de aandelen betreft.
Het is niet precies aan te geven op welk moment voldoende aandeelhouders het bod hebben aanvaard om te kunnen spreken van een billijke prijs.1 De OK volstaat veelal met de zinsnede dat ‘het bod op grote schaal aanvaard is’, zonder dat uit de uitspraak de acceptatiegraad van het openbaar bod blijkt. Vanaf 2007 is slechts in vijf zaken, waarin de OK voor de waardering aansluit bij de biedprijs, duidelijk hoeveel aandelen onder het bod zijn aangemeld. Het gaat om de procedures inzake D.E. Master Blenders (94, 4%), OctoPlus (99, 15%), Smit Internationale (84, 45%), Numico (89, 1%) en Endemol Holding (98, 55%).2
Voorts is het totaal aantal aandelen waarop het bod betrekking heeft van belang. Indien het bod ziet op een relatief klein aantal aandelen, is de biedprijs mogelijk geen betrouwbaar referentiepunt voor de waarde van de aandelen. De acceptatiegraad van het openbaar bod is in dat geval geen goede weerspiegeling van de markt. In de uitkoopprocedure inzake IFCO Systems uit 2012 sluit de OK voor de waardering niet aan bij de biedprijs, onder meer omdat het bod slechts betrekking heeft op 3, 33% van het geplaatste kapitaal.3
Voor de praktijk is het dus niet precies duidelijk wanneer een openbaar bod op voldoende grote schaal is aanvaard om voor de waardering van de aandelen aansluiting te zoeken bij de biedprijs. Deze onduidelijkheid kan voor onnodige vertraging zorgen (§ 9.2.3 sub a). Aan het wettelijk prijsvermoeden van de bijzondere uitkoopregeling in art. 2:359c lid 6 BW ligt dezelfde gedachte ten grondslag (§ 9.3.4). Hiervoor is de grens echter wettelijk vastgelegd op 90% van de aandelen waarop het bod ziet. Dit concrete vereiste acht ik daarom wenselijker dan de open norm ‘op grote schaal aanvaard zijn’.