Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/11.3.2.2
11.3.2.2 Belastend gebruik afgedwongen medewerking onderdeel van globale toetsing
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS498323:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 12 mei 2000 (Khan t. Verenigd Koninkrijk), NJ 2002, 180 (m.nt. Schalken), § 26.
EHRM 19 februari 2009 (Shabelnik t. Oekraïne), § 59.
EHRM 17 december 1996 (Saunders t. Verenigd Koninkrijk),BNB 1997/254 (m.nt. Feteris); NJ 1997, 699 (m.nt. Knigge), § 72.
EHRM 14 september 1999 (D. C., H.S. en A. D. t. Verenigd Koninkrijk).
EHRM 28 oktober 2010 (Leonid Lazarenko t. Oekraïne), § 57.
Vgl. EHRM 1 juni 2010 (Gäfgen t. Duitsland), NJ 2010, 628 (m.nt. Buruma), § 164 -165.
EHRM 14 september 1999 (D.C, H.S. en A.D. t. Verenigd Koninkrijk) (ontv.besl.), § 1.
Of het litigieuze bewijs een beslissend dan wel een aanvullend karakter heeft, is niet steeds doorslaggevend.1 Het aandeel dat het van de verdachte verkregen bewijs heeft in zaken waarin het Hof schending van het recht tegen zelfbelasting aanneemt, varieert. Naast zaken waarin de bestraffing volledig of in beslissende mate (‘to a decisive extent’)2 is gebaseerd op de verklaring van de verdachte, neemt het Hof ook schending aan wanneer de bestraffing voor een belangrijk deel (‘a significant part’3) steunt op bewijs dat van de verdachte is afgedwongen of dat bewijs een overheersende rol (‘a predominant role’4) in de bewijsvoering speelt.5 In de zaak Leonid Lazarenko impliceerde de enkele vaststelling dat klagers bekentenis tegenover de autoriteiten, die was gedaan zonder rechtsbijstand van een advocaat en die enige invloed had op zijn veroordeling, dat sprake was van een onherstelbare inbreuk op art. 6.6
Dit verschil in aandeel in de bewijsvoering hangt rechtstreeks samen met de globale benadering. Het bewijsgebruik is een van de (typische) omstandigheden die het Hof binnen de globale benadering meeweegt bij de vaststelling of sprake is van een schending.7
Latente werking niet-meewerkrecht; steunbewijs toelaatbaar
Ik wijs volledigheidshalve op de zaak D.C., H.S. en A.D. Daaruit kan worden afgeleid dat het Hof toestaat dat verklaringen die vóór het ‘charge’-moment zijn afgedwongen, nadien als steunbewijs voor de criminal charge mogen worden gebruikt.8 Anders dan in Saunders, vormden de verplicht afgelegde verklaringen van een van de klagers geen ‘significant part’ van de vervolging.