Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/7.5.1
7.5.1 Inleiding
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655702:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een zeer modelmatige benadering van het koersverlies dat intreedt wanneer de markt erop anticipeert dat de vennootschap in de toekomst (eventueel) schadevergoeding moet betalen aan benadeelde beleggers Caskey 2014, p. 500-515. Zie over dit koersverlies in de financieel-economische literatuur onder meer ook Abdulmanova e.a. 2020, p. 6-8.
Zie voor empirisch bewijs onder meer Karpoff, Lee & Martin 2008b; Gande & Lewis 2009; Salavei Bardos, Golec & Harding 2013; Bajaj e.a. 2014, p. 10-24.
Ik wijs erop dat in de situatie waarin de misleiding plaatsvindt in het kader van een emissie, dit koerseffect zich in mindere mate zal voordoen. Het bedrag dat de benadeelde beleggers als gevolg van de misleiding te veel voor de nieuw uitgegeven aandelen hebben betaald (en waarvoor zij moeten worden gecompenseerd), bevindt zich dan immers – als het goed is – nog in het vermogen van de vennootschap. Dat is anders in de situatie waarin de misleiding plaatsvindt buiten het kader van een emissie, omdat in dat geval de door de benadeelde beleggers betaalde koersinflatie niet ten goede is gekomen aan de vennootschap, maar aan beleggers die hun aandeel tegen een geïnflateerde koers hebben verkocht.
Zie over dit probleem naar Amerikaans recht Booth 2015, p. 50-55; ILG 2010, p. 494-504; Ferrell & Saha 2007, p. 183-185; Alexander 1994, p. 1435-1440.
De vierde aanname die wordt losgelaten, is de aanname dat de corrigerende mededeling niet leidt tot extra koersverlies vanwege het door de markt alvast inprijzen van in de toekomst door de vennootschap te maken kosten in verband met te voeren juridische procedures, zoals proceskosten, kosten voor juridische bijstand of een eventueel te betalen schadevergoeding.1 In plaats daarvan wordt uitgegaan van de situatie waarin dit koerseffect zich juist wél voordoet. Het aannemen van dit koerseffect is een plausibel uitgangspunt, want het effect blijkt zich in de praktijk vaak voor te doen.2,3 In dat verband behandel ik in deze paragraaf drie vragen. In § 7.5.2 ga ik eerst in op de vraag hoe het koersverlies dat is terug te voeren op het door de markt bij voorbaat incalculeren van een verwachte (toekomstige) vermindering van het vennootschapsvermogen moet worden gekwalificeerd. Meer specifiek ga ik in op de vraag of dit type koersverlies kan worden aangemerkt als zogenoemde ‘afgeleide schade’. Daarna behandel ik in § 7.5.3 de vraag of deze component van het koersverlies voor vergoeding in aanmerking komt, wanneer de vennootschap hiervoor aansprakelijk wordt gehouden.4 Vervolgens beantwoord ik in § 7.5.4 de vraag of dit type koersverlies voor vergoeding in aanmerking komt, wanneer – in plaats van de vennootschap – een bij de misleiding betrokken derde (zoals een adviseur of een bestuurder) hiervoor aansprakelijk wordt gehouden.