Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/2.5.4:2.5.4 De leer van de schuld aan de schade
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/2.5.4
2.5.4 De leer van de schuld aan de schade
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS592165:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Meijers 1935, p. 551 e.v. Zie ook Vigelius 1935, p. 824 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
67. Een nauw aan de leer Smits verwante leer is de leer van de schuld aan de schade. Art. 1401 (oud) BW legde de verplichting tot schadevergoeding op “dengenen door wiens schuld die schade veroorzaakt is”. In deze woorden liet zich betrekkelijk eenvoudig het vereiste lezen dat schuld aan de schade dient te bestaan.
In het vereiste van schuld aan de schade onderscheidde Meijers1 in 1935 twee componenten: noodzakelijk is dat de pleger van de onrechtmatige daad de schade zoals geleden heeft kunnen voorzien, terwijl de pleger van de onrechtmatige daad zich bovendien juist met het oog op die schade anders had dienen te gedragen. Slechts voor zover daarvan sprake is, diende volgens Meijers de schade te worden vergoed.
De eerste component – was de schade zoals geleden te voorzien – maakte dat Meijers van oordeel was dat het door de Hoge Raad gehanteerde criterium of de schade het redelijkerwijze te verwachten gevolg van de onrechtmatige daad was, goed ingebed kon worden in het vereiste van schuld aan de schade (in plaats van in het causaliteitsvereiste). Vanwege de tweede component – diende juist met het oog op die te voorziene en geleden schade anders gehandeld te worden – kon met het vereiste van schuld aan de schade bovendien casus van de in nr. 60 besproken soort tot een oplossing worden gebracht. In bijvoorbeeld de eerste casus kan men zeggen dat voor zover schade ontstaat door het oprichten van een fabriek waarvoor de op grond van de Hinderwet vereiste vergunning gegeven had kunnen worden, geen schuld aan de schade bestaat: de oprichter had immers niet met het oog op de schade die evengoed zou ontstaan als wel een vergunning verleend was zich van dat oprichten zonder vergunning dienen te onthouden.
68. In de in nr. 66 genoemde arresten waarin de toepassing door de Hoge Raad van de leer Smits gelezen kan worden, laat zich ook de toepassing van de leer van de schuld aan de schade lezen.