Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/2.5.6
2.5.6 Het oerwoud van opvattingen in de literatuur
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS587410:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Meijers 1935, p. 570; Meijers 1936, p. 2 t/m 6.
Vigelius 1935, p. 824 t/m 866.
Wertheim 1930, p. 102 t/m 134.
Smits 1938, p. 491,
Wolfsbergen 1946, p. 53 e.v., 93 e.v., 99, 100 en 106 e.v.
Langemeijer 1940a, p. 385 e.v.; Langemeijer 1940b, p. 534, 535, 545.
Hofmann/Drion & Wiersma 1959, p. 106, 122 e.v.
Slagter 1952, p. 77 e.v., 214, 325, 337 en later Slagter 1983, p. 162 e.v.
Asser/Rutten 3-II 1954, p. 548 e.v., 487 e.v., 509 e.v. respectievelijk 558.
74. In de literatuur bestond als gezegd sterk verschil van inzicht over welke van deze leren de voorkeur verdiende(n). Diverse auteurs stonden het hanteren van combinaties van deze leren voor of verbonden aan het gebruik van een bepaalde leer aanvullende voorwaarden. Op deze manier ontstond onder het vorige burgerlijk wetboek een waar oerwoud aan uiteenlopende opvattingen.
Zonder pretentie van volledigheid, maar ter illustratie van de veelheid aan verschillende opvattingen, noem ik het volgende. Meijers achtte de relativiteitsleer onjuist1 en bepleitte toepassing van de leer van de schuld aan de schade.2 Vigelius keerde zich tegen de relativiteitsleer, bepleitte de leer van de schuld aan de schade, maar zag ook heil in de leer van Demogue-Besier.3 Wertheim verwierp de relativiteitsleer, de leer van de schuld aan de schade en de leer van Demogue-Besier, en meende in de causaliteit en het criterium van het redelijkerwijs te verwachten gevolg de verschillende problemen op te kunnen lossen.4 Smits relativeerde het onrechtmatigheidsbegrip, maar niet door de strekking van de geschonden norm uit te leggen.5 Wolfsbergen wees de relativiteitsleer af en hing de leer Smits en de leer van Demogue-Besier aan.6 Langemeijer meende dat de relativiteitsleer, de leer Smits en de leer van de schuld aan de schade “zakelijk identiek” waren en achtte de leer van Demogue-Besier bruikbaar indien de laedens het in zijn macht had om de schadetoebrengende gedraging zowel onrechtmatig als rechtmatig te verrichten.7 H. Drion verwierp de leer Smits en de leer van de schuld aan de schade, stond achter de relativiteitsleer en achtte de leer van Demogue-Besier bruikbaar voor daden die onrechtmatig zijn vanwege het gevaar voor schade dat zij in het leven roepen.8 Slagter keerde zich tegen de leer van de schuld aan de schade en bepleitte het hanteren van een combinatie van de relativiteitsleer en de leer van Demogue-Besier; volgens hem was de leer van Demogue-Besier een waardevolle aanvulling op de relativiteitsleer voor de gevallen waarin niet duidelijk was of de geschonden norm ook beoogde te beschermen tegen de wijze waarop de schade was ontstaan.9 Rutten was voorstander van de relativiteitsleer en verwierp de leer Smits, de leer van de schuld aan de schade en de leer van Demogue-Besier.10
75. Zo was het landschap toen begonnen werd met het ontwerp van een nieuw burgerlijk wetboek.