Einde inhoudsopgave
Het algemene opschortingsrecht (R&P nr. CA27) 2024/6.3.2.6
6.3.2.6 Niet-onevenredige waardeverhouding in procenten
G.J. Boeve, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
G.J. Boeve
- JCDI
JCDI:ADS950389:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
€ 19.943,83 tegenover € 17.845,62 (§ 6.3.2.1 en § 6.3.2.2); € 12.196,80 tegenover € 11.628,10, € 25.000 tegenover € 23.312, € 13.000 tegenover € 11.375 en € 16.364,74 tegenover € 15.863,10 (§ 6.3.2.1); € 86.688,98 tegenover € 68.419,74 (§ 6.3.2.2) en € 30.000 tegenover € 25.312,62 (§ 6.3.2.5).
€ 45.000 tegenover € 22.500 tot € 35.000 (§ 6.3.2.2).
€ 5.625,17 + € 822,80 tegenover € 1.990,46 (§ 6.3.2.5). Vgl. Tjong Tjin Tai 2014, par. 3, die de opschorting van een verbintenis met een waarde die ruim twee tot ruim drie keer zo hoog is als de waarde van de vordering ‘niet evident disproportioneel’ vindt (€ 13.236,66 tegenover ‘€ 4.000 á € 5.000’).
Uit de in § 6.3.2 behandelde gevallen waarin de waarde van de verbintenis de waarde van de vordering overstijgt en de uitoefening van het opschortingsrecht niet onevenredig is geoordeeld of tot een evenredige waarde is ‘gematigd’, rijst een beeld over deze waardeverhouding dat ik, ondanks het relatief beperkte aantal bronnen, toch niet onbenoemd wil laten. In die gevallen was de waarde van de verbintenis zo’n 1% tot 30% hoger dan de vordering.1 Let wel, deze percentages kunnen hooguit een aanwijzing vormen voor niet-onevenredigheid, ook omdat een oordeel over de evenredigheid van een opschortingsververweer niet alleen afhankelijk is van de waardeverhouding tussen de verbintenissen over en weer, maar van álle feiten en omstandigheden van het geval. Doorslaggevend zijn deze percentages dus geenszins. Dat laten de andere besproken gevallen ook zien. Een verbintenis met een waarde die zo’n 30% tot 100% hoger was dan de vordering was ‘(net) nog niet disproportioneel’.2 Zelfs de opschorting van een verbintenis met een waarde die ongeveer drie keer zo hoog was als de waarde van de vordering is niet disproportioneel geoordeeld, mede in het licht van de overige omstandigheden.3