Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.2.2:2.2.2 Poging, voorbereiding en deelneming
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.2.2
2.2.2 Poging, voorbereiding en deelneming
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859055:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze woordkeuze is ongelukkig te noemen. Zie daarover par. 1.6.1.1.
Zie par. 2.2.
Zie par. 1.6.1.1.
Parl. Gesch. Inv. Boek 4 2003, p. 1168.
Parl. Gesch. Inv. Boek 4 2003, p. 1169.
Zie par. 1.6.4 over de redenen waarom de poging tot het ombrengen van de erflater in het OBW geen grond is voor onwaardigheid in het testamentaire erfrecht.
Vgl. ook Parl. Gesch. Inv. Boek 4 2003, p. 1169.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Ontwerp-Meijers was niet nadrukkelijk opgenomen dat deelneming tevens tot onwaardigheid leidt. Meijers merkte in zijn toelichting op dat met de dader, overeenkomstig artikel 47 Sr, gelijkgesteld dient te worden de mededader, de middellijke dader en de uitlokker.1 De medeplichtige was door Meijers afzonderlijk opgenomen.2 Met deze toevoeging maakte Meijers een einde aan een discussie die bestond onder het oude erfrecht.3 In de uiteindelijke redactie komt het begrip ‘medeplichtig’ niet expliciet voor. In de zesde nota van wijziging zijn de woorden ‘of daaraan medeplichtig geweest’ vervangen door de huidige formulering inhoudende ‘dat feit heeft voorbereid of daaraan heeft deelgenomen’.4 In de toelichting bij deze nota merkt minister Sorgdrager terecht op dat deelneming aan het misdrijf zowel het plegen, doen plegen, medeplegen, uitlokken alsook medeplichtigheid omvat (vgl. art. 47 en 48 Sr).5
De poging tot het ombrengen van de erflater was onder het oude erfrecht reeds een grond voor onwaardigheid bij versterf en is door Meijers uitgebreid tot het testamentaire erfrecht.6 De zesde nota van wijziging heeft de voorbereiding tot het ombrengen van de erflater daaraan toegevoegd. Kanttekening hierbij is wel dat enkel de voorbereiding van een misdrijf waar acht jaar of meer gevangenisstraf op is gesteld, strafbaar is en tot een veroordeling kan leiden (art. 46 lid 1 Sr).7 Dat betekent dat voorbereiding van kinderdoodslag, een opzetdelict waar maximaal zes jaar gevangenisstraf op staat, niet tot een veroordeling kan leiden en dus geen onwaardigheid met zich brengt (art. 290 Sr). Kinderdoodslag houdt in dat een moeder, onder vrees voor ontdekking van haar bevalling, haar kind bij of kort na de geboorte opzettelijk van het leven berooft. Voorbereiding van een dergelijk delict laat zich overigens ook moeilijk denken. Het ontbreken van strafwaardigheid op dit punt zal daarom weinig tot geen problemen opleveren.