Einde inhoudsopgave
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/6.3.2
6.3.2 De ambtsinstructie voor de gemeentesecretaris
drs. J.W.M.M.J. Hessels, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
drs. J.W.M.M.J. Hessels
- JCDI
JCDI:ADS579126:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Graat in Cammelbeeck & Kummeling 2013, p. 144.
Art. 160 lid 1 sub c GemW.: ‘Het college is in ieder geval bevoegd: “c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de gemeente, met uitzondering van de organisatie van de griffie”.’
50,2% antwoordt met ‘nee’ op de vraag ‘Beschikt uw gemeente over een ‘instructie voor de gemeentesecretaris’?’; 49,4% antwoordt ‘ja’ en 0,4% geeft geen antwoord.
8,0% van de ‘ja’-zeggers’, die staan voor 4,0% van alle respondenten; 5,5% van het totaalaantal respondenten heeft een verouderde instructie.
De kroon wordt hier gespannen door de gemeente Zoeterwoude, waar de instructie voor de gemeentesecretaris dateert van 1920, met wijzigingen uit 1927 en 1948.
14,4% van de ‘ja’-zeggers (die staan voor 7,1% van het totaal) en 19,7% van de ‘nee’-zeggers; dat is 17,0% van alle respondenten.
49,4% – 4% – 7,1% = 38,3%
Naast de 14,4% van de ‘ja-zeggers’ ook nog 19,7% van de ‘nee’-zeggers’, dat wil zeggen 17,0% van alle antwoorden op de vraag of de gemeente over een ‘instructie voor de gemeentesecretaris’ beschikt.
Antwoordformulieren gemeenten Moerdijk (‘Nog niet maar de behoefte wordt gevoeld) en Oirschot (‘Overigens wordt op initiatief van onze gemeentesecretaris nagedacht over de vraag of het toch niet wenselijk is om een afzonderlijke Instructie voor de gemeentesecretaris vast te stellen’).
Antwoordformulier gemeente Nieuwkoop (‘Naar aanleiding van uw vraagstelling is ons gebleken, dat bij de vorming van de heringedeelde gemeente men wel met dit onderwerp bezig is geweest, maar niet heeft afgemaakt. Gaat nu dus alsnog in 2017 gebeuren’).
Antwoordformulieren gemeenten Vaals (‘De gemeente Vaals streeft, vanuit haar bedrijfsvoeringsfilosofie, naar zo min mogelijk extra regelgeving, in de zin van verordeningen, regels en instructies. (...) Vanuit dat oogpunt zijn wij van mening dat de functie, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de gemeentesecretaris voldoende duidelijk omschreven zijn in de gemeentewet’) en Bodegraven-Reeuwijk (‘Wij organiseren vanuit het werk en niet op basis van functies. Dat betekent dat we ook niet zoveel op hebben met papieren instructies die in de praktijk van alledag weinig betekenis heeft’).
Antwoordformulier gemeente Krimpen aan den IJssel: ‘De werkethos van de (huidige) gemeentesecretaris is dusdanig dat enige vorm van ingekaderde instructie wellicht zelfs af zou doen aan zijn werk.’
Er bestaat dus een duidelijke link tussen ambtelijke bijstand, fractieondersteuning en de instructie voor de griffier. Maar er ligt ook een verband met de ambtsinstructie voor de gemeentesecretaris.
In deze instructie kan het college immers ‘nadere regels [stellen] over de taak en de bevoegdheden van de secretaris’, waarbij – volgens Graat1 – een duidelijke relatie ligt met de bevoegdheid van het college ex het eerste lid van artikel 160 van de Gemeentewet onder de letter c,2 die handelt over het vaststellen van regels over de ambtelijke organisatie van de gemeente. In § 4.5 is hier uitvoeriger bij stilgestaan.
Het college is bevoegd regels te stellen over de ambtelijke organisatie en de plaats van de gemeentesecretaris daarin. Voor dat laatste kan het college gebruikmaken van zijn plicht tot het opstellen van een ambtsinstructie voor de gemeentesecretaris.
Wat uit de uitkomsten van de aan dit onderzoek verbonden enquête direct valt op te maken, is dat uitzonderlijk weinig gemeenten van deze mogelijkheid gebruik maken. Wat nog veel opvallender is, is dat zelfs meer dan de helft3 van de respondenten aangeeft niet over een ambtsinstructie voor de gemeentesecretaris te beschikken. Dit terwijl deze zoals gezegd imperatief is voorgeschreven in het tweede lid van artikel 103 van de Gemeentewet. Hierbij heeft ook nog eens acht procent4 van de respondenten, die met ‘ja’ antwoorden een instructie, die dateert van voor de invoering van het dualisme5 en blijkt ruim veertien procent6 van de ‘ja’-zeggers niet te beschikken over een daadwerkelijke ambtsinstructie, maar zijn de bepalingen uit de ambtsinstructie opgenomen in een organisatieverordening. Dat betekent dat minder dan7 veertig procent van de Nederlandse gemeenten beschikt over een op de dualistische organisatie toegesneden ambtsinstructie voor de gemeentesecretaris.
Drie van de vijf gemeenten voldoen dus niet aan het voorschrift uit het tweede lid van artikel 103 van de Gemeentewet. Hiervan geeft zeventien procent8 aan dat ze deze bevoegdheid hebben opgenomen in een organisatieverordening. De vraag is dan of deze ‘praktische oplossing’ een afwijking van het gebod uit het genoemde wetsartikel rechtvaardigt. Volgens de wetstekst zeker niet, maar de optie om enkele nu in de Gemeentewet opgenomen verplichtingen gebundeld op te nemen in de ‘Organisatieverordening’ verdient zeker nadere aandacht.
Overigens zijn de reacties op het afwezig zijn van een ambtsinstructie voor de gemeentesecretaris zeer divers. Enkele gemeenten9 geven aan al bezig te zijn met het opstellen van een ambtsinstructie, dan wel door het onderhavige onderzoek daartoe te zijn aangezet.10 Andere doen het af als overbodige bureaucratie,11 die zelfs tot minder productiviteit12 zou kunnen leiden. Geen van deze gemeenten gaat er echter op in dat de Gemeentewet het opstellen van een ambtsinstructie voor de gemeentesecretaris door het college van burgemeester en wethouders simpelweg voorschrijft in het tweede lid van artikel 103 van de genoemde wet.
Een verband tussen de gemeentegrootte qua inwoneraantal en de aanwezigheid van een door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde ambtsinstructie voor de gemeentesecretaris is – anders dan bij de ambtsinstructie voor de griffier – niet aan te tonen.
Wat betreft de ambtsinstructie voor de gemeentesecretaris zijn de afwijkingen per provincie wel significant. Waar de gemeenten in de provincies Limburg (70%) en Friesland (66,7%) bovengemiddeld scoren op de aanwezigheid van een ambtsinstructie voor de gemeentesecretaris (gemiddeld in Nederland 49,4%), wijken de gemeenten in de provincies Groningen (33,3%), maar zeker Drenthe (22,2%) en Utrecht (20%) in negatieve zin af. Een verklaring voor deze grote provinciale verschillen is niet gevonden.