Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.5.3.2:6.5.3.2 Fictieve vervulling
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.5.3.2
6.5.3.2 Fictieve vervulling
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186910:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 30 september 2016, JOR 2016/354 (Schonk-Hooghuis/Bijlhout), r.o. 3.6.2.
Art. 6:248 lid 1 BW als opvolger van art. 1374 lid 3 BW (oud). Zie het citaat uit HR 21 juni 1918, NJ 1918, p. 790 (Rohatin/Van den Muysenberg) in par. 6.2.4, TM, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 170 en Asser/Sieburgh 6-I 2016/243.
TM, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 170.
HR 30 september 2016, JOR 2016/354 (Schonk-Hooghuis/Bijlhout), r.o. 3.6.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
335. Als aan een vordering een tijdsbepaling is verbonden maar de vervulling daarvan uitblijft dan kan de rechter alsnog een tijdstip voor nakoming vaststellen.1 De grondslag daarvoor is de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid.2 Het uitgangspunt daarbij is dat het tijdstip van nakoming wordt bepaald op het tijdstip waarop de tijdsbepaling zou zijn ingetreden als dit niet door een bijzondere omstandigheid was verhinderd.3 Bij een vordering waaraan een tijdsbepaling is verbonden om die achter te stellen komt dat neer op een moment kort na het moment waarop de senior oorspronkelijk betaald had moeten worden.
Dit uitgangspunt leent zich niet voor toepassing in gevallen waarin de tijdsbepaling als achterstelling is bedoeld. Dergelijke tijdsbepalingen beogen een betalingsvolgorde te scheppen. Als het tijdstip van nakoming van de juniorvordering niet aanbreekt omdat de seniorvordering niet wordt nagekomen, dan is het doorgaans in lijn met de partijbedoeling om ook de nakoming van de juniorvordering achterwege te laten, althans minimaal op te schorten tot na daadwerkelijke voldoening van de seniorvordering.
Bij vorderingen onder opschortende voorwaarde heeft de rechter alleen de bevoegdheid om naar redelijkheid en billijkheid een alternatief tijdstip voor nakoming te bepalen als de vervulling van de voorwaarde is belet door de de schuldenaar of de senior.4 In andere gevallen kan de rechter dat niet.5