Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/1.6.2
1.6.2 De gemeenschappelijke historische achtergrond van de stichting: doelvermogen ‘ad pias causas’
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232403:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
v.Campenhausen in v.Campenhausen/Richter 2014 § 5 Rn 9.
Van Gerven 2007, nr. 12 e.v.
T.J. van der Ploeg, Het burgerlijk recht en de vrijwillige organisaties. Beschouwingen n.a.v. de regeling van de vereniging en de stichting in Boek 2 BW (diss. VU Amsterdam), Deventer: Kluwer 1978, p. 9.
v.Campenhausen in v.Campenhausen/Richter 2014 § 5 Rn 9.
Vgl. Duynstee 1978, p. 60; Werner & Saenger 2008, Rn 44.
Illustratief hier voor is artikel 6.1 van het European Foundation Project voor een Europese stichting: ‘European Foundations shall preserve the real value of their permanent capital against devaluation of money (inflation) and distribute only their revenue (income and capital gain). The Statutes can deviate from this rule.’, Klaus J. Hopt, Rainer Walz, Thomas von Hippel & Volker Then (red.), The European Foundation – A New Legal Approach, z.p. [Gütersloh]: Bertelsmann Stiftung 2004.
Hoewel Molengraaff in zijn Praeadvies uit 1920 nog schreef: ‘Stichtingen behoren tot de vermogens, welke onder bewind staan’, W.L.P.A. Molengraaff, ‘Moet aan private rechtspersonen een nationaliteit toegekend worden en zoo ja, verlangt deze nationaliteit bijzondere wettelijke regeling?’, Handelingen der Nederlandsche Juristen-Vereeniging, Den Haag: F.J. Bellinfante 1920, p. 22.
De stichting als doelvermogen ad pias causas, is zowel voor Nederland, Duitsland1 als België2 de historische achtergrond van de stichting. Voor Nederland wordt dit kernachtig beschreven door Van der Ploeg:
‘Stichtingen werden sinds de Middeleeuwen ten behoeve van de caritas en andere ‘piae causae’ opgericht en deze voor die doeleinden vrijgemaakte vermogens werden door een door de stichting benoemd bestuur beheerd.’3
Von Campenhausen noemt de piae causae ‘das Urpflänzlein der heutigen Stiftungen.’4
Tot de piae causae worden gerekend de bevordering van godsdienstige, liefdadige en, later, culturele doelen.5
In de doeleinden van de stichting in historisch perspectief komt de stichting als doelvermogen helder naar voren. Zonder voldoende vermogen kunnen de piae causae niet worden ondersteund. Dit vermogen is zodoende van fundamenteel belang voor het bereiken van het doel en daarmee van het bestaan voor de stichting. De stichting derhalve als afgezonderd vermogen ten behoeve van een bepaald doel waarover beschikt kan worden door daartoe aangewezen personen.6
In Duitsland en België, maar ook in andere landen, is de stichting veelal nog steeds uitsluitend een doelvermogen.7In Nederland is de stichting echter niet (meer) gelijk te stellen met een doelvermogen.8
De stichting mag dan in Nederland, Duitsland en België dezelfde historische achtergrond hebben, de maatschappelijke ontwikkelingen van de laatste tweehonderd jaar verschillen sterk in deze landen. In hoofdstuk 2 ga ik in op enkele van deze maatschappelijke achtergronden in Nederland, Duitsland en België. In hoofdstuk 2 blijkt ook of vergelijken zinvol is.