Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/6.2.1
6.2.1 Inleiding
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268557:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2:166/2:276 BW zijn met ingang van 1 januari 2020 vervallen.
Besluit van 22 december 2016, Stb. 2016, 559.
Nederlandse corporate governance code van 8 december 2016, Stcrt. 2017/45259 (21 augustus). De rapportageverplichtingen gelden met ingang van boekjaar 2017.
Verordening (EU) nr. 575/2013. De bepalingen uit de CRR hebben rechtstreekse werking en zijn in werking getreden op 1 januari 2014. De verordening is recent aangepast (zie Verordening (EU) nr. 876/ 2019 van 20 mei 2019, “CRR II”). Daarbij is de verordening op het punt van diversiteit nauwelijks veranderd.
Richtlijn 2013/36/EU. Ook deze richtlijn is recent herzien (zie Richtlijn 2019/878/EU van 20 mei 2019, “CRD V”) en zal in de Nederlandse wetgeving worden geïmplementeerd. De aangepaste richtlijn bevat geen voor dit hoofdstuk relevante inhoudelijke wijzigingen.
Deze bepalingen zijn per 1 augustus 2014 in werking getreden.
Richtsnoeren voor het beoordelen van de geschiktheid van leden van het leidinggevend orgaan en medewerkers met een sleutelfunctie (ESMA71-99-598 EBA/GL/2017/12, 21/03/2018) van 26 september 2017. De Richtsnoeren dienen te worden begrepen in samenhang met de EBA-Richtsnoeren inzake interne governance van 26 september 2017, EBA/GL/2017/11 (“EBA-Richtsnoeren inzake interne governance”). EBA en ESMA hebben op 31 juli 2020 voorstellen gepubliceerd voor wijziging van beide sets aan richtsnoeren. Op het punt van diversiteit worden enkele aanvullingen voorgesteld. In dit hoofdstuk worden deze toevoegingen kort aangestipt. Zie voor de consultatiedocumenten: EBA en ESMA, Consultation Paper on Draft joint ESMA and EBA Guidelines on the assessment of the suitability of members of the management body and key function holders under Directive 2013/36/EU and Directive 2014/65/EU, EBA/GL/2020/19-ESMA35-43-2464, en EBA, Consultation Paper on draft Guidelines on internal governance, EBA/CP/2020/20. Het is de bedoeling dat de gewijzigde richtsnoeren op 26 juni 2021 in werking treden.
Zie art. 91, twaalfde lid, onder c van de CRD IV en art. 16 van Verordening (EU) 1093/2010 (EBA) en art. 9, eerste lid, Richtlijn 2014/65/EU en art. 16 van Verordening (EU) 1095/2010 (ESMA).
Richtsnoeren roepen niet rechtstreeks verplichtingen in het leven voor de betrokken banken, maar de toezichthouders dienen er wel op toe te zien dat de ondernemingen op wie de richtsnoeren van toepassing zijn de achterliggende wettelijke normen naleven en daarbij de in de Richtsnoeren gegeven uitleg en uitwerking van die normen in acht nemen. De toezichthouders dienen zich tot het uiterste in te spannen om aan de richtsnoeren te voldoen (zie art. 16 Verordening (EU) 1093/2010). Zie voor een nadere toelichting op de juridische status van richtsnoeren van de ESA’s hoofdstuk 1, paragraaf 1.3.3.
Zie de betreffende Compliance Tabel, ESMA35-43-1215.
De Code Banken is te vinden op www.nvb.nl. Het belang van diversiteit komt terug in art. 2.1.1 en 3.1.1 van de Code. Deze bepalingen waren reeds opgenomen in de eerste versie van de Code uit 2009, en zijn in de in 2014 herziene Code onveranderd gebleven.
Rapport Adviescommissie Toekomst Banken, Naar herstel van vertrouwen, 7 april 2009 (https://www.nvb.nl/publicaties/gedragscodes/code-banken/). De commissie beveelt onder meer aan dat een meer evenwichtige afweging tussen de commerciële belangen van een bank en van de te nemen risico’s wordt bevorderd door een grotere diversiteit in de samenstelling van de Raad van Bestuur van die bank; en in het bijzonder verdient het aanbeveling dat de Raad van Commissarissen van een bank met kracht streeft naar meer vrouwen in de Raad van Bestuur van de bank (Aanbeveling 1.12). Zie over dit rapport ook hoofdstuk 1, paragraaf 1.2.
Kamerstukken II, 2009/10, 32 013, 3, p. 3.
De Code kende aanvankelijke een wettelijke verankering, maar in 2015 werd besloten dat het niet nodig was om deze voort te zetten (zie Besluit van 9 november 2015 tot intrekking van het Besluit van 1 juni 2010 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag van banken (Stb. 2010, 215, Stb. 2015, 441). Banken dienen op hun website en in het jaarverslag verantwoording af te leggen over de naleving van de Code. De naleving wordt gemonitord door de Monitoring Commissie Code Banken.
Op Nederlandse banken is, in voorkomende gevallen, de regelgeving van toepassing die geldt voor álle Nederlandse vennootschappen ongeacht de sector waarin zij opereren. Relevant zijn in dit verband artikel 2:166/2:276 BW,1 het Besluit bekendmaking diversiteitsbeleid2 en de Nederlandse Corporate Governance Code (CGC).3 Daarnaast is ‘bank-specifieke’ wet- en regelgeving van toepassing. Deze regelgeving volgt onder meer uit de Europese kapitaalverordening (CRR)4 en de Europese kapitaalrichtlijn (CRD IV).5 De bepalingen uit de CRD IV zijn in Nederland geïmplementeerd in de Wet op het financieel toezicht (Wft) en het Besluit prudentiële regels Wft (Bpr Wft).6 De bepalingen in de CRD IV ten aanzien van diversiteit zijn uitvoerig uitgewerkt in de Richtsnoeren voor het beoordelen van de geschiktheid van leden van het leidinggevend orgaan en medewerkers met een sleutelfunctie, die sinds 30 juni 2018 van kracht zijn (“de Richtsnoeren”).7 De Richtsnoeren zijn opgesteld door de Europese Bankenautoriteit (EBA) en de Europese autoriteit voor effecten en markten (ESMA), op basis van een in de betreffende richtlijnen neergelegd mandaat.8 De Richtsnoeren richten zich zowel tot de banken als tot de betreffende financiële toezichthouders.9 Alle Europese toezichthouders, waaronder de ECB, hebben aangegeven zich te zullen houden aan de in de Richtsnoeren neergelegde bepalingen ten aanzien van diversiteit.10
Daarnaast bevat de Nederlandse Code Banken bepalingen over diversiteit.11 Deze bepalingen vormen een neerslag van de na de kredietcrisis gedane aanbevelingen door de Adviescommissie Toekomst Banken (de Commissie-Maas).12 Het Nederlandse kabinet heeft het belang van deze aanbevelingen destijds onderschreven. Volgens het kabinet kunnen in divers samengestelde raden van bestuur en commissarissen verschillende opvattingen, achtergronden en culturen samenkomen met als mogelijk gevolg constructieve en brede discussies die resulteren in weloverwogen besluitvorming.13 Naleving van de Code Banken gebeurt thans op basis van zelfregulering.14