De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/8.3.4.7:8.3.4.7 Procedurefouten en de schijn van partijdigheid
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/8.3.4.7
8.3.4.7 Procedurefouten en de schijn van partijdigheid
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702023:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4286; ABRvS 6 september 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY7585; ABRvS 8 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4.
ABRvS 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3801; ABRvS 28 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY4387.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast inhoudelijke fouten kunnen er natuurlijk ook procedurele fouten aan de totstandkoming van het advies kleven. In het verleden hebben appellanten wel gepoogd te onderbouwen dat procedurefouten aanleiding waren tot twijfel aan de onpartijdigheid van de adviseur(s). Dergelijke pogingen bleven steeds zonder succes. In sommige gevallen hadden appellanten juist zelf de procedureregel fout geïnterpreteerd. De Afdeling oordeelde in die gevallen althans dat er geen sprake was van een procedurele fout.1 In andere gevallen legde de procedurefout – vaak een termijnoverschrijding – simpelweg te weinig gewicht in de schaal om het oordeel te rechtvaardigen dat de adviseur niet onpartijdig was.2