Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/7.5.1:7.5.1 Inleiding
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/7.5.1
7.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS351945:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over het vereiste van het verrichten van een reële storting uitgebreid paragraaf 7.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien de financiering van de stortingsplicht door de bank geschiedt, gaat de stichting met een bank een financieringsarrangement aan op grond waarvan de bank zich bereid stelt om op verzoek van de stichting een bedrag aan de stichting ter beschikking te stellen dat gelijk is aan het bedrag dat door de stichting op de beschermingsprefs moet worden gestort. Het bedrag wordt daadwerkelijk uitgeleend op het moment waarop de stichting het bedrag bij de bank opvraagt. In vrijwel alle gevallen stelt de bank een gecommitteerde faciliteit beschikbaar. Dit betekent dat de bank een bedrag ter grootte van de faciliteit in haar boeken reserveert en beschikbaar houdt. In dit verband wordt ook wel van een stand-by faciliteit gesproken. Het beschikbaar houden van financiële middelen kost de bank geld en leidt ertoe dat de bank bereidstellingsprovisie in rekening zal brengen bij de stichting. Deze bereidstellingsprovisie zal niet verschuldigd zijn of zal lager zijn indien sprake is van een ongecommitteerde faciliteit. Deze laatste faciliteit zou echter weinig zinvol zijn, omdat dat zou betekenen dat de bank het bedrag niet direct beschikbaar heeft ten behoeve van de stichting. In een oorlogssituatie zou de stichting in dat geval niet snel over de benodigde financiële middelen kunnen beschikken om aan haar stortingsplicht te kunnen voldoen.
In de praktijk is het gebruikelijk dat de stichting de financiering bij één bank aantrekt. Heel soms komt het wel eens voor dat sprake is van een dubbele financiering. In dat geval financieren twee banken ieder een deel van het bedrag onder de kredietfaciliteit en onder gelijke voorwaarden. Een dubbele financiering kan wenselijk zijn in de situatie waarin het om een grote financieringssom gaat en de bank dat bedrag liever niet volledig in de boeken wil hebben. Vanuit de stichting en de vennootschap bezien, kan het vanuit een relationeel oogpunt wenselijk zijn om twee banken bij de financiering te betrekken.
Financiering van de stortingsplicht door een bank is heden ten dage in de praktijk de meest gangbare methode van financiering van beschermingsprefs. De bank leent geld aan de stichting die het op haar beurt ten titel van “storting beschermingsprefs” overmaakt naar de bankrekening van de vennootschap. De vennootschap krijgt aldus de vrije beschikking over het bedrag dat door de stichting moet worden gestort en kan dat naar eigen goeddunken aanwenden. Niet is zeker dat de stichting de inbreng terugontvangt. Aldus is sprake van de inbreng van risicodragend kapitaal.1