De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.4.12:3.4.12 Samenvatting en conclusie
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.4.12
3.4.12 Samenvatting en conclusie
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949686:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor is geschetst dat sinds de jaren 90 in verschillende adviezen, kabinetsreacties en regeerakkoorden gesproken werd over het verder professionaliseren van het beroep van leraar. Het tot stand brengen van een beroepsorganisatie werd hierin geregeld als doel genoemd. Een dergelijke organisatie was eerder niet tot stand gekomen omdat leraren verdeeld waren over verschillende zuilen, niveaus en vakgebieden. Een krachtige beroepsorganisatie zou evenwel bij kunnen dragen aan het professionaliseren van het beroep en het verbeteren van de onderwijsinhoud. Vanuit het kabinet wordt als sinds 1993 een oproep gedaan aan de beroepsgroep van leraren om een landelijke beroepsorganisatie op te zetten. Van overheidswege was er behoefte aan een gesprekspartner om samen beleid en regelgeving mee te maken. Ook zou deze organisatie een professionele standaard voor de leraar kunnen opstellen die kan fungeren als kwaliteitsnorm voor de eigen beroepsuitoefening. Beoogd werd dat, met het instellen van een beroepsorganisatie en het opstellen van een professionele standaard, de leraar zijn eigen beroepsuitoefening zou gaan reguleren en dat dit zou bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs. Deze beroepsorganisatie kwam er uiteindelijk in 2011 in de vorm van de Onderwijscoöperatie, die werd gevormd uit verschillende bestaande onderwijsbonden. Deze organisatie werd in 2017 weer opgeheven nadat bleek dat leraren zich onvoldoende vertegenwoordigd voelden. De Onderwijscoöperatie was niet van onderop door leraren zelf georganiseerd, maar van bovenaf door landelijke organisaties op verzoek van de overheid.
Naast de roep om een beroepsorganisatie wordt sinds begin jaren 90 ook gesproken over het veranderen van de rol van de leraar binnen de school. Destijds werd gesteld dat de leraar te veel in isolatie, achter de gesloten deuren van zijn klas, les zou geven. De leraar zou een grotere rol moeten gaan spelen in de school, zodat het bevoegd gezag en de leraar de school gezamenlijk gaan dragen. In latere adviezen werd de nadruk gelegd op het idee dat de betrokkenheid van de leraar bij de besluitvorming van de school versterkt moet worden. Daarnaast zou de leraar autonomie moeten hebben om verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor de kwaliteit van zijn werk. In 2008 werd in een convenant afgesproken dat de professionele ruimte van de leraar wettelijk verankerd zou worden. Die professionele ruimte dient echter wel te passen binnen de kaders en eindverantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Met de Wet beroep leraar werd dit uiteindelijk in de onderwijswetten vastgelegd. Hoe dit precies is vormgegeven en hoe de leraar zich verhoudt tot het bevoegd gezag wordt nader toegelicht in de volgende paragraaf.