Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/6.2.4:6.2.4 Hebben arbiters de plicht om het Europees mededingingsrecht ambtshalve toe tepassen?
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/6.2.4
6.2.4 Hebben arbiters de plicht om het Europees mededingingsrecht ambtshalve toe tepassen?
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS576420:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dezelfde zin ook Meijer 1999, p. 61-65; Sanders 2001, p. 149.
HvJ EG 1 juni 1999, zaak C-126/97 (Eco Swiss/Benetton), Jur. 1999, p. 1-3055, NJ 2000, 339, m.nt. HJS onder HR 25 februari 2000, NJ 2000, 340.
Zie § 6.2.2 en HvJ EG 1 juni 1999, zaak C-126/97 (Eco Swiss/Benetton), Jur. 1999, p. 1-3055, NI 2000, 339, m.nt. HJS onder HR 25 februari 2000, NI 2000, 340, r.o. 37.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op de vraag van de Hoge Raad of arbiters ambtshalve artikel 81 EG moeten toepassen in het geval dat daar in de arbitrageprocedure geen beroep op is gedaan geeft het HvJ EG geen antwoord. Snijders is van mening dat het antwoord op deze vraag bevestigend moet luiden.1 'Het mag immers niet zo zijn, dat arbiters een vonnis wijzen dat zonder meer vernietigd dient te worden wegens strijd met Eu-recht', aldus Snijders in zijn noot onder NJ 2000, 340 (onder 2 (k)).2Argumenten zijn de proceseconomie en, een sterker argument, het feit dat arbiters de instructie van de wetgever hebben om een vonnis te wijzen dat niet vernietigbaar is. Ex artikel 1065 Rv lid 1 sub e Rv kan vernietiging van het arbitraal vonnis plaatsvinden op grond van het feit dat het vonnis, of de wijze waarop dit tot stand kwam, strijdt met de openbare orde of de goede zeden. Daarbij moet bedacht worden dat de vernietigingsgronden van artikel 1065 Rv bindende aanwijzingen vormen voor arbiters. Nu de Nederlandse rechter volgens de regels van zijn nationale procesrecht een vordering tot vernietiging van een arbitraal vonnis op grond van strijd met nationale regels van openbare orde moet toewijzen, moet hij dat ook doen ingeval een dergelijke vordering is gebaseerd op schending van het Europees mededingingsrecht.3