Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/6.2.1:6.2.1 Inleiding
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/6.2.1
6.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS579943:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 1 juni 1999, zaak C-126/97 (Eco Swiss/Benetton), Jur. 1999, p. 1-3055, NJ 2000, 339, m.nt. HJS onder BR 25 februari 2000, NJ 2000, 340.
HvJ EG 27 juni 2000, gevoegde zaken C-240/98 t/m C-244/98 (Océano), Jur. 2000, p.1-4941, NJ 2000, 730.
HvJ EG 21 november 2002, zaak C-473/00 (Cofidis), Jur. 2002, p. 1-10875, NJ 2003, 703 m.nt. MRM.
HvJ EG 26 oktober 2006, zaak C-168/05 (Mostaza Claro), Jur. 2006, p. 1-10421, NJ 2007, 201 m.nt. MRM.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van groot belang om de vraag te beantwoorden wat de rol van de arbiter is bij de toepassing van het mededingingsrecht, is de beantwoording van de vraag of arbiters het Europees recht, in het bijzonder het Europees mededingingsrecht, moeten toepassen indien partijen in de arbitrageprocedure een beroep doen op Europees recht. Daarnaast is van belang of arbiters het Europees recht, in het bijzonder het Europees mededingingsrecht, ambtshalve moeten toepassen, á dan niet buiten de rechtsstrijd van partijen. Om deze vragen te beantwoorden zijn de uitspraken van het HvJ EG in Van Schijndel en Benetton (Eco Swiss) van belang.1 Daarnaast kan worden gedacht aan de later gewezen jurisprudentie in Océano,2 Cofidis3 en Mostaza Claro.4 Van Schijndel heb ik reeds in § 5.5.4 besproken. De later gewezen arresten Océano, Cofidis en Mostaza Claro heb ik in § 5.5.6 besproken. Ik begin nu eerst met een bespreking van het Benetton arrest.