Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/244
Medeplegen erfvredebreuk door betonblokken weg te slepen bij voormalige standplaats van woonwagens en zich wederrechtelijk toegang te verschaffen tot besloten erf van gemeente, art. 138 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht t.a.v. ‘bij gemeente in gebruik’ zijn van erf. 2. Bewijsklachten t.a.v. ‘besloten erf’, ‘wederrechtelijk vertoeven’ en ‘zich op vordering door of vanwege rechthebbende niet verwijderen’ en verweer over uitspraak voorzieningenrechter. Ad 1. Om redenen vermeld in HR 28 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:124 leidt middel niet tot cassatie. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Hof heeft geoordeeld dat perceel was afgesloten door middel van betonblokken en daarmee was afgescheiden van omgeving, zodat op dat moment sprake was van besloten erf a.b.i. art. 138 lid 1 Sr. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daarmee heeft hof verwerping van verweer t.a.v. ‘besloten erf’ toereikend gemotiveerd. Voorts heeft hof gemotiveerd waarom bestanddelen ‘wederrechtelijk vertoeven’ en ‘zich op vordering door of vanwege rechthebbende niet verwijderen’ zijn vervuld. Hof heeft in dat verband vastgesteld dat gemeente een brief heeft gestuurd met sommatie om erf uiterlijk 2 dagen later te verlaten. Uit bewijsmiddelen blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten meerdere malen brieven hebben ontvangen van gemeente en ook dat zij deze brieven hebben gelezen en dus op de hoogte waren van inhoud. Aldus heeft hof de verwerping van desbetreffend toereikend verweer gemotiveerd. Tenslotte wordt met verweer over uitspraak voorzieningenrechter betoogd dat schorsing van de door gemeente opgelegde last onder dwangsom die tot 16 oktober 2018 heeft voortgeduurd, meebrengt dat verdachte en medeverdachten zich in periode tussen 23 september 2018 en 16 oktober 2018 niet aan strafbaar feit schuldig hebben gemaakt. Die opvatting is onjuist. Hof had verweer daarom slechts kunnen verwerpen. Volgt verwerping. Samenhang met NJ 2025/64, RvdW 2025/242 en RvdW 2025/243.
HR 28-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:127
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 januari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C.N. Dalebout, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/02948
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:127, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1086, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑12‑2024
Essentie
Medeplegen erfvredebreuk door betonblokken weg te slepen bij voormalige standplaats van woonwagens en zich wederrechtelijk toegang te verschaffen tot besloten erf van gemeente, art. 138 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht t.a.v. ‘bij gemeente in gebruik’ zijn van erf. 2. Bewijsklachten t.a.v. ‘besloten erf’, ‘wederrechtelijk vertoeven’ en ‘zich op vordering door of vanwege rechthebbende niet verwijderen’ en verweer over uitspraak voorzieningenrechter. Ad 1. Om redenen vermeld in HR 28 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:124 leidt middel niet tot cassatie. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Hof ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.