Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/8.17:8.17 Samenvattende conclusies
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/8.17
8.17 Samenvattende conclusies
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977033:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk zijn de onderwijsopleidingen recht, staatsinrichting, staathuishoudkunde en statistiek, en maatschappijleer besproken. Samenvattende conclusies zijn in par. 8.9 opgenomen.
De activiteiten van de lerarenverenigingen als dé belangenbehartigers van hun vakken zijn geanalyseerd voor de belangenbehartiging en de lobbyeffectiviteit naar wetgever en onderwijsveld. De genese van de V.O.S. is in kaart gebracht aan de hand van VOS-Mededelingen die een getrouw beeld geven van de grillige geschiedenis in een volledig diorama. De V.O.S. is in 1935 opgericht. Door de overheidsmaatregelen, mede ingegeven door de bezuinigingen in crisistijd, staan de staatswetenschappen onder druk. Het is geboden de posities veilig te stellen. Na jaren van gescheiden optrekken gaan de V.O.S. (staatswetenschappen en recht) en de Voha (handelswetenschappen) in 1970 samen in de Vereniging voor economisch/maatschappelijk onderwijs (Vemo). Oud-V.O.S.-leden richten de VSW op die de modernisering van sociale wetenschappen voorstaat. De V.O.S.-doelstelling is bij de VSW meer verzekerd dan bij de Vemo die accent op (bedrijfs)economie legt. De wegen komen in 1982 samen in de Vecon voor economisch/maatschappelijke vakken. De VGN voegt in 1970 staatsinrichting aan de verenigingsnaam toe. De NVLM is in 1970 opgericht (Bijlage XVa).
De VSW en Vemo trekken van 1970 tot 1982 gescheiden op. De VSW bevordert het moderniseren van economisch/maatschappelijk onderwijs met de in par. 4.6 vermelde introductie in 1971 van het voorstel-Schuring c.s. met twee uur staatsinrichting (4-vwo), recht (5-vwo) en maatschappijleer (6-vwo) (Bijlage XVIa). Voor economie zijn diverse positioneringsvoorstellen gedaan. Met de fusie van VSW en Vemo tot Vecon in 1982 zijn impulsen voor modernisering van de interne programma’s economie versterkt.
In OMEGA- en VVVO-verband vond regulier overleg plaats over de posities, curricula en eindtermen van maatschappijleer, maatschappijleer 2 (vwo/havo) en II (vmbo), aardrijkskunde, economie, geschiedenis en staatsinrichting. Het pleidooi van de VGN om maatschappijleer niet tot de basisvorming (1986) te rekenen kon zij onderbouwen met het vak geschiedenis en staatsinrichting.
Maatschappijleer wordt in 1990 examenvak en het keuzevak maatschappijleer 2 krijgt een cse. Dit laatste vak is in 2007 omgezet tot het keuze-examenvak (cse) maatschappijwetenschappen met enige privaatrechtelijke onderwerpen. Het keuzevak maatschappijleer II werd in 2016 onder support van de Vecon op vmbo het keuze-examenvak maatschappijkunde. De aandacht voor dit vak is in de periodieken TEO en Maatschappij & Politiek groot (Bijlage XV).
Recht is in 1997 op beperkte schaal vastgelegd in het vak management & organisatie. In 2005 is het afgevoerd, het jaar waarin minister Van der Hoeven (CDA) maatschappijleer van een wisse dood redt met het onderbrengen van staatsinrichting en de voorstellen-De Rooy. De VGN ziet hierdoor meer profiel voor burgerschapsvorming, maar slechts ten koste van het vak staatsinrichting.
De verenigingen hebben zich vanaf 1935 (V.O.S.) van hun statutaire taken gekweten. Het gescheiden optrekken van V.O.S. en Voha en VSW en Vemo is de belangenbehartiging niet ten goede gekomen. Deze vraagt om eenduidige meerjarige beleidsplannen met vakgebonden actiepunten.
Wapenfeiten melden vervolgens de effectiviteit ervan. Structureel verenigingswerk loont doorgaans.