Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.6.5.0:6.6.5.0 Introductie
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.6.5.0
6.6.5.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS434217:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het voorafgaande is gebleken dat het bevoegde gerecht van een lidstaat waarvoor de Vo-Brussel IIbis geldt een zaak betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid in uitzonderlijke gevallen op basis van forum non conveniens-overwegingen kan verwijzen naar het gerecht in een andere lidstaat waarmee het kind een bijzondere band heeft, indien het belang van het kind daarbij is gediend. Het gerecht ziet dan af van de uitoefening van bevoegdheid, opdat de rechter in een andere lidstaat waarmee het kind een bijzondere band heeft de behandeling van de zaak kan overnemen. Welke mogelijkheden van een op art. 15 Vo-BI:Ibis gebaseerde forum non conveniens-verwijzing laten zich in het licht van de in de voorafgaande paragrafen omschreven kaders zoal bedenken? Ik geef een aantal voorbeelden.