Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.3.6:4.3.6 Tussenconclusie/aanbevelingen ten aanzien van loon van uitzendkrachten
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.3.6
4.3.6 Tussenconclusie/aanbevelingen ten aanzien van loon van uitzendkrachten
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943673:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten aanzien van de aanspraak van uitzendkrachten op bij de inlener geldende eindejaarsuitkeringen, bonus- en winstdelingsregelingen en scholingsbijdragen komen in de praktijk verschillende uitwerkingen voor. Uit de toetsing op een gerechtvaardigd personeelsbeleid van de intermediair volgt dat ongelijke behandeling van uitzendkrachten ten aanzien van eindejaarsuitkeringen, prestatiegebonden winst- en bonusregelingen en voor de functie noodzakelijke scholingsbijdragen geen gerechtvaardigd personeelsbeleid van het uitzendbureau is. Aanbevolen wordt daarom om te verduidelijken, hetzij expliciet in art. 8 Waadi, hetzij in de toelichting door de minister, dat deze loonelementen ook vallen onder ‘loon en overige vergoedingen’ in art. 8 Waadi.
Ongelijke behandeling ten aanzien van winst- en bonusregelingen met een bindend karakter en scholingsbijdragen voor duurzame inzetbaarheid is wel een gerechtvaardigd personeelsbeleid van het uitzendbureau.
De mogelijkheid om bij cao van het loonverhoudingsvoorschrift af te wijken gaat verder dan te verenigen is met de Uitzendrichtlijn. Uit de toetsing volgt eveneens dat het uitzonderen van bepaalde loonelementen geen gerechtvaardigd personeelsbeleid van het uitzendbureau oplevert. Daarbij maakt het niet uit of de uitzondering bij (interpretatie van de) wet of cao plaatsvindt. Aanbevolen wordt daarom afwijking bij cao slechts toe te staan voor zover de ongelijke behandeling die daaruit voortkomt objectief gerechtvaardigd is. Het in lijn met de Uitzendrichtlijn verplicht compenseren van beloningscomponenten die wel bij de inlener gelden, maar niet aan de uitzendkracht worden toegekend, kan mogelijk de objectieve rechtvaardiging van een afwijking effectief waarborgen. Door de verplichting tot compensatie zal de aantrekkelijkheid van afwijking van bijvoorbeeld bij de inlener geldende prestatiegebonden bonus- of winstdelingsregelingen sterk afnemen. De afwijking die overblijft, zal dan werkelijk noodzakelijk zijn voor het bereiken van legitieme doelstellingen.
Voorts wordt aanbevolen alleen afwijking bij inleen-cao van het loonverhoudingsvoorschrift toe te staan voor zover dit een afwijking ten voordele van uitzendkrachten oplevert.