Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/2.7.5
2.7.5 Frankrijk
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS350676:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
LOI n° 2014-384 du 29 mars 2014 visant à reconquérir l’économie réelle.
Art. L.233-32-I CdC.
Art. L.233-32-II CdC.
Over de bons de souscription d’actions of bons d’offre Le Fur, Les bons d’offre: une mesure de defense conforme au gouvernement d’enterprise 2007 en Ohl, Les bons d’offre: la fin des OPA hostiles? 2006.
Art. L.233-32C CdC.
Ohl, Les bons d’offre: la fin des OPA hostiles? 2006, par. 22.
Vilmorin et Berdou, Activisme actionnariel: vade-mecum de la société-cible, 2016, page 114.
Vilmorin et Berdou, Activisme actionnariel: vade-mecum de la société-cible, 2016, page 114.
In Frankrijk bevindt zich een groot gedeelte van het aandelenbezit in beursvennootschappen in vaste handen, zoals families en is de verwevenheid van staatsbanken met industriële vennootschappen groot. Daarnaast is een bekend verschijnsel dat de Franse Staat veel controlerende belangen houdt. Bekend is de publieke onderneming Caisse des Dépôts en Consignations (CDC), die op grond van een wettelijke bepaling het algemeen belang en de economische ontwikkeling van Frankrijk dient. CDC houdt strategische belangen in een aantal Franse beursgenoteerde vennootschappen. Naast deze gecontroleerde belangen, biedt het wettelijk instrumentarium de Franse Staat mogelijkheden tot ingrijpen indien sprake is van belangrijke investeringen van buitenlandse ondernemingen in banken of buitenlandse investeringen die de Franse defensie zouden beïnvloeden. Ik noem de Wet Florange, die aandeelhouders dubbel stemrecht geeft indien aandelen voor een onafgebroken periode van langer dan twee jaar worden gehouden.1 Omdat de Franse Staat voor langere tijd grote belangen houdt in Franse genoteerde vennootschappen, verkrijgt hij daarmee de facto aanzienlijke zeggenschap in die vennootschappen. Overnames zullen derhalve niet snel slagen zonder de steun van de Staat en andere grootaandeelhouders.
Frankrijk heeft net zoals het Verenigd Koninkrijk gedeeltelijk gebruikgemaakt van de opt-out regeling die de Overnamerichtlijn biedt. Het land heeft art. 11 van de Overnamerichtlijn niet geïmplementeerd, maar past de passiviteitsregel van art. 9 in combinatie met de reciprociteitsregel van art. 12 lid 3 Overnamerichtlijn wel toe. Dat betekent dat de vennootschapsleiding niet zonder toestemming van de algemene vergadering tijdens de biedingsperiode maatregelen kan nemen die een openbaar bod zouden kunnen dwarsbomen, tenzij de maatregel het zoeken naar een concurrerend bod rechtvaardigt.2
De Franse Code de commerce geeft vennootschappen de mogelijkheid om rechten tot het nemen van aandelen (optierechten) in de vennootschap om niet toe te kennen aan de aandeelhouders. Deze bons de souscription d’actions (BSA’s) moeten aan alle aandeelhouders en dus ook aan de vijandige bieder worden toegekend.3 Deze maatregel is vergelijkbaar met de Amerikaanse poison pill, zij het dat in Frankrijk altijd een besluit van de algemene vergadering (l’assemblée générale) vereist is en de bieder ook rechten ontvangt. De bevoegdheid tot het verlenen van de BSA’s berust dus bij de algemene vergadering, maar kan door haar worden gedelegeerd aan het bestuur (le conseil d’administration) voor een maximumperiode van 18 maanden.4 Daardoor is de ruimte die het vennootschapsbestuur heeft om aandelen uit te geven beperkt. Bij die delegatie moet de algemene vergadering het maximumbedrag en het aantal uit te geven aandelen vaststellen.5Is de bevoegdheid gedelegeerd aan het bestuur, dan kan het de BSA’s uitgeven, mits de bieder zelf gelijkwaardige beschermingsmaatregelen zonder toestemming van haar algemene vergadering kan treffen. De vrijwillige toepassing van de passiviteitsregel beperkt aldus de vennootschapsleiding in het toekennen van BSA’s. Op het moment dat de bieder een bepaald percentage van de aandelen heeft verworven, kunnen de aandeelhouders de BSA’s uitoefenen, ten gevolge waarvan de aandelen worden uitgegeven en het belang van de vijandige bieder verwatert. Doel van de BSA’s is primair om de bieder te dwingen met de vennootschapsleiding te onderhandelen.6 Anders dan in Nederland, wordt dus niet bereikt dat een groot blok bij een bevriende partij wordt geplaatst.
De beperkingen die voortvloeien uit de door Frankrijk toegepaste passiviteitsregel gelden uiteraard niet voor situaties anders dan een openbaar bod. Ook Franse vennootschappen krijgen steeds meer te maken met aandeelhoudersactivisme. Zo is bekend dat in 2015 van de 85 gevallen van aandeelhoudersactivisme in Europa, er tien in Frankrijk plaatsvonden.7 Bescherming tegen aandeelhoudersactivisme vindt in Frankrijk vooral plaats door middel van statutaire bepalingen die ertoe moeten leiden dat aandeelhouders worden ontmoedigd in hun acties. Als voorbeelden kunnen worden genoemd mechanismes waarmee vennootschappen in staat worden gesteld om hun aandeelhouders te identificeren (étude TPI), bepalingen die aandeelhouders verplichten om de vennootschap op de hoogte te brengen zodra zij een bepaalde drempelwaarde over- of onderschrijden, het hierboven genoemde dubbelstemrecht dat voortvloeit uit de Wet Florange en stemplafonds.8 Veel vennootschappen uit de CAC 40 hebben een of meer van de genoemde voorzieningen in hun statuten opgenomen. Daarnaast voeren veel vennootschap een pr-offensief, wordt steun gezocht bij de belangrijkste aandeelhouders en wordt de dialoog aangegaan met analisten en stembureaus.