Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/7.8.2.4
7.8.2.4 Verhouding tussen statuten en administratievoorwaarden
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232771:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De statuten van de STAK zullen hier (al dan niet indirect) van invloed zijn, bijvoorbeeld in de vorm van haar doelstelling, die bepaalt met welke belangen de STAK rekening dient te houden.
Zie tevens Van den Ingh, dissertatie 1991, pagina 202, die opmerkt dat het risico dat een certificaathouder zich distantieert van de statuten gering is, aangezien die met name rechten aan hem toekennen. Hoewel dit vermoedelijk juist is, is het desalniettemin aan te bevelen om, indien men de bepalingen van de statuten van de STAK ook in de verbintenisrechtelijke verhouding van toepassing wil laten zijn, dit expliciet te bepalen.
Zoals hiervoor reeds opgemerkt, wordt de rechtsverhouding tussen de certificaathouder en de STAK beheerst door enerzijds de tussen hen gesloten beheersovereenkomst (de administratievoorwaarden) en (mogelijk) anderzijds de statuten van de STAK. De statuten en administratievoorwaarden zijn echter verschillend van aard en regelen ook ieder een ander deel van de rechtsverhouding tussen STAK en certificaathouder. De administratievoorwaarden betreffen het verbintenisrechtelijke deel van deze rechtsverhouding en zij bepalen (grotendeels1) de vordering die de certificaathouder jegens de STAK heeft, alsmede de daarmee samenhangende rechten en verplichtingen.
De statuten regelen daarentegen de interne organisatie van de STAK en de certificaathouder, althans in zijn hoedanigheid van wederpartij waarmee de STAK een overeenkomst heeft gesloten, staat hier in principe buiten. Wel kan de certificaathouder bij de organisatie van de STAK betrokken worden, doordat de statuten bevoegdheden toekennen aan de certificaathouder of vergadering van certificaathouders. De statuten regelen dan de institutionele verhouding tussen STAK en certificaathouder.
Gezien dit verschil in aard is van belang om een scheiding aan te brengen tussen de verschillende aspecten van de certificering en de daaruit voortvloeiende rechtsverhouding die men als insteller wenst te regelen en elk van deze aspecten in het dat deel van de rechtsverhouding betreffende document te regelen: de modificaties van de vordering van de certificaathouder worden geregeld in de administratievoorwaarden en de eventuele betrokkenheid van de certificaathouder bij (de organisatie van) de STAK dient te worden neergelegd in haar statuten. Zelfs als de certificaathouder in een institutionele verhouding staat tot de STAK, wordt het verbintenisrechtelijke deel niet (rechtstreeks) beïnvloed door de inhoud van de statuten. Om dat te bewerkstelligen is een daartoe strekkend beding in de administratievoorwaarden nodig.2