Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/10.1
10.1 Inleiding
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949758:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover hoofdstuk 3 van dit onderzoek.
Zie voor meer uitkomsten van mijn empirisch onderzoek hoofdstuk 6.10.
Zie hierover bijvoorbeeld het interview van Van der Schoot met de heer Baeten (CEO van ASR) in De Telegraaf van 27 augustus 2021, p. 22 ‘Solidariteit staat onder druk’ over de strategie van ASR. Naar aanleiding van de opmerking van de journalist “Die stoelt op het doen van veel kleine overnames in levensverzekeringen en begrafenispolissen. Maar die vijvers raken leeg.” antwoordt hij: “Er is nog één middelgrote uitvaartverzekeraar en een paar kleintjes, dus dat klopt. Bij de kleinere levensverzekeraars valt nog wel iets te consolideren. En bij schadeverzekeraars moet de consolidatie nog beginnen. De digitalisering daar gaat door. Dat vergt forse investeringen en schaal om die investeringen rendabel te maken. Wie kan er mee in die ratrace? Nationale-Nederlanden, Achmea en ASR hebben samen zo’n drie vijfde van die markt, Aegon is wat kleiner en dan zijn er nog een stuk of twintig verzekeraars met 1 tot 2% marktaandeel.”
In hoofdstuk 1.4 vermeldde ik in een voetnoot dat in de verzekeringssector met het “closed book” het deel van de verzekeringsportefeuille van de verzekeraar wordt bedoeld waarin geen nieuwe verzekeringen meer worden gesloten.
Naarmate het “closed book” van een verzekeraar kleiner wordt, gaan de kosten per polis in dat deel van de verzekeringsportefeuille omhoog. Voor de verzekeraar kan dat aanleiding zijn (een deel van) die “closed book” portefeuille te verkopen. Hij zou ook kunnen besluiten om juist andere “closed book” portefeuilles te kopen zodat de kosten over meer polissen verdeeld kunnen worden.Zie over het kopen en verkopen van “closed books” door Nederlandse verzekeraars bijvoorbeeld een online artikel van het Financieel Dagblad, gepubliceerd op 30 mei 2022, over de kredietbeoordeling van Nederlandse verzekeraars door kredietbeoordelaar Moody’s, ‘Moody’s positiever over Nederlandse verzekeraars’: “(…) Moody’s verwacht verder dat de verkoop van zogeheten gesloten boeken aantrekt. Dat zijn portefeuilles met levensverzekeringen, waar geen nieuwe polissen meer bijkomen. Investeerders kopen die op omdat zij denken die portefeuilles slimmer en goedkoper te kunnen beheren dan verzekeraars zelf. Volgens Moody’s maakt de oplopende inflatie de noodzaak van schaalgrootte belangrijker. Ook kunnen verkopende partijen door de oplopende rente meer geld voor de gesloten boeken vragen.”Zie bijvoorbeeld ook het hoofdstuk over Nederland in de “European Life Insurance Mergers, Acquisitions and Restructuring Outlook 2023 (January 2023)” van PWC: “(…) Given the large number of participants actively looking to acquire closed books in the Dutch market and the level of consolidation to date, future consolidation is likely to be focused on portfolio deals, unless the recent ASR / Aegon deal drives further mergers amongst the smaller insurers as they look to manage their costs and achieve greater scale to be able to compete.” Deze ‘Outlook” is te lezen via https://www.pwc.com/europeanlifeinsuranceoutlook.
Zie hoofdstuk 3.
Zie hoofdstuk 5.6.
Zie hoofdstuk 6.6.
In hoofdstuk 2 van dit proefschrift heb ik onderzoek gedaan naar de wetshistorie van de regeling van de overdracht van verzekeringsportefeuilles door een verzekeraar aan een andere verzekeraar in de Wet op het financieel toezicht (afdeling 3.5.1A Wft). De Nederlandse toezichtwetgeving bevat sinds 1923 een regeling voor de overdracht van een portefeuille met levensverzekeringen (Wet op het levensverzekeringbedrijf 1923). Per 1 maart 1967 is in de Nederlandse toezichtwetgeving ook een regeling opgenomen met betrekking tot de overdracht van een portefeuille met schadeverzekeringen (Wet op het schadeverzekeringsbedrijf). De wettelijke regeling voor de overdracht van rechten en verplichtingen uit natura-uitvaartverzekering is ingevoerd op 1 januari 1996 (Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf). Al deze regelingen zijn sinds 1 januari 2007 opgenomen in de Wet op het financieel toezicht. Aan die wet werd per 1 september 2008 ook een regeling voor de overdracht van een portefeuille met herverzekeringsovereenkomsten door een herverzekeraar toegevoegd. Als we beginnen met tellen vanaf het jaar 1923, dan kunnen we stellen dat we het honderdjarig bestaan van deze regeling hebben bereikt.
Sinds het ontstaan van deze toezichtrechtelijke regeling hebben portefeuilleoverdrachten met toepassing van deze regeling best vaak plaatsgevonden. Levensverzekeraars en natura-uitvaartverzekeraars kunnen een portefeuilleoverdracht alleen met behulp van deze toezichtrechtelijke regeling uitvoeren. Zij kunnen er niet voor kiezen om af te zien van toepassing van de Wft-regeling. Uitsluitend gebruikmaken van de civielrechtelijke route van contractsoverneming op basis van art. 6:159 BW is voor hen niet mogelijk. Schadeverzekeraars en herverzekeraars kunnen wel kiezen tussen een portefeuilleoverdracht met toepassing van de toezichtrechtelijke regeling of door middel van contractsoverneming op basis van art. 6:159 BW zonder toepassing van de toezichtrechtelijke regeling.1
In hoofdstuk 6 heb ik empirisch onderzoek gedaan naar de aantallen portefeuilleoverdrachten met toepassing van de toezichtrechtelijke regeling. Van 1960 tot en met 2022 hebben er in totaal ongeveer 260 overdrachten van portefeuilles van levensverzekeringen en/of natura-uitvaartverzekeringen plaatsgevonden met toepassing van afdeling 3.5.1A van de Wft of de vóór 1 januari 2007 toepasselijke toezichtregelgeving. Sinds de invoering van de regeling van de portefeuilleoverdracht voor schadeverzekeringen per 1 maart 1967 tot en met 2022 hebben er in totaal ongeveer 1410 overdrachten van portefeuilles van schadeverzekeringen plaatsgevonden met toepassing van afdeling 3.5.1A Wft of de voorlopers daarvan. Alleen van de regeling voor het overdragen van rechten en verplichtingen uit herverzekeringen met instemming van DNB door een herverzekeraar zoals vermeld in art. 3:114a Wft en ingevoerd op 1 september 2008 is maar zeer weinig gebruik gemaakt.2
Ook in de toekomst zullen nog steeds portefeuilleoverdrachten met toepassing van deze toezichtrechtelijke regeling plaatsvinden. Bij schadeverzekeraars zullen er de komende jaren bijvoorbeeld nog portefeuilleoverdrachten plaatsvinden, zodat portefeuilles van verzekeraars groter worden waardoor vervolgens kosten die worden gemaakt in verband met verdere digitalisering over meer polissen gespreid kunnen worden.3 In welke mate daarbij gebruik zal worden gemaakt van de portefeuilleoverdracht met toepassing van de toezichtrechtelijke regeling of van de route door middel van contractsoverneming op basis van art. 6:159 BW zonder toepassing van de toezichtrechtelijke regeling, is uiteraard nog de vraag. Bij levensverzekeraars wordt verwacht dat de verkoop van zogenoemde “closed books”4 aantrekt.5
Alhoewel de toezichtrechtelijke regeling dus al een oude regeling is en er ook regelmatig gebruik van is gemaakt, is er nog niet eerder een proefschrift geschreven over de rechten van polishouders in het geval van toepassing van deze regeling. De portefeuilleoverdrachten hebben zowel op kleine als hele grote portefeuilles betrekking. Zie hoofdstuk 6 voor enkele recente voorbeelden van toepassing van de regeling voor hele grote portefeuilles. Het aantal Nederlanders dat met deze regeling in aanraking komt, is dus groot. Het leek mij daarom wel degelijk maatschappelijk relevant in een proefschrift te onderzoeken welke rechten een polishouder heeft, indien zijn verzekeraar zijn verzekeringsovereenkomst overdraagt aan een andere verzekeraar. Dat is wat ik heb gedaan.
In de loop van mijn onderzoek bleek dat voor de beantwoording van de onderzoeksvraag niet alleen verschillende artikelen in de Wet op het financieel toezicht en het Burgerlijk Wetboek (Boek 2, Boek 6 en Boek 7 BW) van belang zijn. Ook bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht bleken van belang te zijn.
In het Burgerlijk Wetboek bleek art. 6:159 BW veel belangrijker dan ik vooraf had gedacht. Dit artikel bepaalt dat een partij bij een overeenkomst (hier: de overdragende verzekeraar) haar rechtsverhouding tot de wederpartij (hier: de polishouder) met medewerking van deze laatste aan een derde (hier: de verkrijgende verzekeraar) kan overdragen bij een tussen haar en de derde opgemaakte akte. De overdracht van een verzekeringsportefeuille door een verzekeraar aan een andere verzekeraar met instemming van DNB is in feite een contractsoverneming in de zin van art. 6:159 BW, waarbij de medewerking van de polishouder van de overdragende verzekeraar wordt vervangen door de instemming van DNB. De bevindingen over rechten en verplichtingen die overgaan bij een contractsoverneming in de zin van art. 6:159 BW gelden daarom zowel in het geval van toepassing van de toezichtrechtelijke regeling voor portefeuilleoverdracht zoals opgenomen in afdeling 3.5.1A Wft als in het geval van de civielrechtelijke route van contractsoverneming in de zin van art. 6:159 BW zonder toepassing van de toezichtrechtelijke route.6
Ten aanzien van het Burgerlijk Wetboek ben ik ook tot de conclusie gekomen dat het gebruik maken van het verzetrecht van schuldeisers zoals opgenomen in de regeling van de juridische fusie en juridische splitsing in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, anders dan ik al die jaren heb aangenomen, ten aanzien van verzekeraars weinig tot geen kans van slagen heeft.7
De Algemene wet bestuursrecht die op 1 januari 1994 is ingevoerd, bleek veel belangrijker voor de positie van de polishouder bij een portefeuilleoverdracht dan jarenlang is aangenomen. Pas de laatste jaren wordt door juridische procedures die hierover worden gevoerd duidelijk dat deze wet ook bescherming biedt in het geval van een portefeuilleoverdracht.8
Voor de uitleg van de toepasselijke artikelen in de Wet op het financieel toezicht, het Burgerlijk Wetboek en de Algemene wet bestuursrecht bleek bestudering van een aantal uitspraken van rechters nodig. Ik heb daar met plezier aan gewerkt, mede omdat ook sprake was van veel actuele ontwikkelingen in de jurisprudentie die een nieuw licht lieten schijnen op de rechten van polishouders. Met name de jurisprudentie inzake de juridische fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon Levensverzekering was zeer relevant voor de beantwoording van de onderzoeksvraag. Een overzicht hiervan heb ik als bijlage toegevoegd. Ik verwijs daarin ook naar de hoofdstukken van dit proefschrift waarin ik de voor dit onderzoek relevante uitspraken heb besproken. Zowel de nieuwe inzichten over de kans van slagen van het verzetrecht op grond van Boek 2 BW in geval van een juridische fusie van verzekeraars, als de nieuwe inzichten over de toepassing van de Algemene wet bestuursrecht, zijn eigenlijk het gevolg van juridische procedures gevoerd door polishouders en verzekerden van Optas.
Hoofdstuk 10.2 bevat de essentie van het antwoord op het eerste deel van mijn onderzoeksvraag. Ik geef een opsomming van de rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing. In hoofdstuk 10.3 doe ik een voorstel om de informatievoorziening aan polishouders te verbeteren. In hoofdstuk 10.4 beantwoord ik het tweede deel van mijn onderzoeksvraag. Ik doe aanbevelingen om de positie van een polishouder die betrokken is bij een portefeuilleoverdracht, juridische fusie of juridische splitsing direct of indirect te verbeteren. Daarbij ben ik zo vrij geweest om bij elke aanbeveling tevens te vermelden wie ten aanzien van een aanbeveling de verantwoordelijke zou zijn, indien men deze aanbeveling wenst op te volgen. Strikt genomen liggen er aan de rest van dit hoofdstuk eigenlijk vier stellingen ten grondslag. Deze zet ik hier eerst uiteen.
10.1.1 Stelling 1. De toezichtrechtelijke regeling voor portefeuilleoverdracht is als zodanig nog steeds een nuttige regeling.10.1.2 Stelling 2. De verzetregeling in de Nederlandse toezichtrechtelijke regeling dient behouden te blijven, maar het is wel wenselijk daarin enkele verbeteringen door te voeren om de positie van de polishouder te verbeteren.10.1.3 Stelling 3. Het is een goede ontwikkeling dat duidelijk is geworden dat instemmingsbesluiten van DNB getoetst kunnen worden door de bestuursrechter, maar er is nog wel actie nodig om belanghebbenden in de gelegenheid te stellen van hun rechten op grond van de Awb gebruik te maken.10.1.4 Stelling 4. Er moet meer duidelijkheid komen over de rollen van DNB en de AFM bij de toepassing van de toezichtrechtelijke route van portefeuilleoverdracht.