Einde inhoudsopgave
Richtlijn (EU) 2025/1 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/1132 en de Verordeningen (EU) nr. 1094/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2017/1129
Artikel 2 Definities
Geldend
Geldend vanaf 28-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/1 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/1)
- Inwerkingtreding
28-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/1 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/1)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
- 1)
- 2)
‘verzekeringsonderneming’: een verzekeringsonderneming, zoals gedefinieerd in artikel 13, punt 1, van Richtlijn 2009/138/EG;
- 3)
‘herverzekeringsonderneming’: een herverzekeringsonderneming, zoals gedefinieerd in artikel 13, punt 4, van Richtlijn 2009/138/EG;
- 4)
‘verzekeringsholding’: een verzekeringsholding, zoals gedefinieerd in artikel 212, lid 1, punt f), van Richtlijn 2009/138/EG;
- 5)
‘gemengde financiële holding’: een gemengde financiële holding, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 15, van Richtlijn 2002/87/EG;
- 6)
‘moederverzekeringsholding in een lidstaat’: een verzekeringsholding die in een lidstaat is gevestigd en geen dochteronderneming is van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding of gemengde financiële holding waaraan in dezelfde lidstaat vergunning is verleend of die in dezelfde lidstaat is opgericht;
- 7)
‘Uniemoederverzekeringsholding’: een moederverzekeringsholding in een lidstaat, die geen dochteronderneming is van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een andere verzekeringsholding of een gemengde financiële holding waaraan in een van de lidstaten vergunning is verleend of die in een van de lidstaten is opgericht;
- 8)
‘gemengde financiële moederholding in een lidstaat’: een gemengde financiële holding die in een lidstaat is gevestigd en geen dochteronderneming is van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verzekeringsholding of gemengde financiële holding waaraan in diezelfde lidstaat vergunning is verleend of die in diezelfde lidstaat is opgericht;
- 9)
‘gemengde financiële Uniemoederholding’: een gemengde financiële moederholding in een lidstaat, die geen dochteronderneming is van een onderneming waaraan in een van de lidstaten vergunning is verleend of van een andere in een van de lidstaten opgerichte verzekeringsholding of gemengde financiële holding;
- 10)
‘groep’: een groep zoals gedefinieerd in artikel 212, lid 1, punt c), van Richtlijn 2009/138/EG;
- 11)
‘afwikkelingsdoelstellingen’: de in artikel 18, lid 2, bedoelde afwikkelingsdoelstellingen;
- 12)
‘afwikkelingsautoriteit’: een door een lidstaat overeenkomstig artikel 3 aangewezen autoriteit;
- 13)
‘toezichthoudende autoriteit’: een toezichthoudende autoriteit, zoals gedefinieerd in artikel 13, punt 10, van Richtlijn 2009/138/EG;
- 14)
‘afwikkelingsinstrument’: een afwikkelingsinstrument als bedoeld in artikel 26, lid 3;
- 15)
‘afwikkelingsbevoegdheid’: een bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 42 tot en met 54;
- 16)
‘bevoegde ministeries’: ministeries van Financiën of andere ministeries van de lidstaten die op grond van hun nationale bevoegdheden verantwoordelijk zijn voor economische, financiële en begrotingsbeslissingen op nationaal niveau en die overeenkomstig artikel 3, lid 7, zijn aangewezen;
- 17)
‘hoger management’: de persoon (personen) die de daadwerkelijke leiding heeft (hebben) over de onderneming en die aan het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan verantwoording en rekenschap moet (moeten) afleggen voor het dagelijks bestuur van de onderneming;
- 18)
‘grensoverschrijdende groep’: een groep met in meer dan één lidstaat gevestigde groepsentiteiten;
- 19)
‘buitengewone openbare financiële steun’: staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU of elke andere openbare financiële steun op supranationaal niveau die, als hij op nationaal niveau werd verstrekt, staatssteun zou vormen en die wordt verstrekt om de levensvatbaarheid, liquiditeit of solvabiliteit te vrijwaren of te herstellen van een entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten a) tot en met e), of van een groep waarvan een dergelijke entiteit deel uitmaakt;
- 20)
‘groepsentiteit’: een rechtspersoon die deel uitmaakt van een groep;
- 21)
‘groepstoezichthouder’: een groepstoezichthouder, zoals gedefinieerd in artikel 212, lid 1, punt d), van Richtlijn 2009/138/EG;
- 22)
‘preventiefherstelplan’: een preventiefherstelplan dat in overeenstemming met artikel 5 wordt opgesteld en bijgehouden;
- 23)
‘preventiefherstelplan voor de groep’: een preventiefherstelplan voor de groep dat in overeenstemming met artikel 7 wordt opgesteld en bijgehouden;
- 24)
‘significante grensoverschrijdende activiteiten’: significante grensoverschrijdende activiteiten, zoals gedefinieerd in artikel 152 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG;
- 25)
‘kritieke functies’: door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor derden verrichte activiteiten, diensten of bedrijfsactiviteiten die niet binnen een redelijke termijn of tegen redelijke kosten kunnen worden vervangen, en waarbij het onvermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming om deze activiteiten, diensten of bedrijfsactiviteiten te verrichten naar verwachting significante gevolgen zal hebben voor het financiële stelsel of de reële economie in een of meer lidstaten, ook, meer bepaald, door het effect op het sociale welzijn van een groot aantal verzekeringnemers, begunstigden of benadeelden of door een systeemcrisis of verlies van het algemene vertrouwen in het verrichten van verzekeringsdiensten;
- 26)
‘kernbedrijfsonderdelen’: bedrijfsonderdelen en daarmee samenhangende diensten die materiële bronnen van inkomsten, winst of franchisewaarde vormen voor een verzekerings- of herverzekeringsonderneming of voor een groep waarvan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming deel uitmaakt;
- 27)
‘financieringsregeling’: een door een lidstaat in overeenstemming met artikel 81 vastgestelde regeling om de doeltreffende toepassing door de afwikkelingsautoriteit van de afwikkelingsinstrumenten en de doeltreffende uitoefening van de afwikkelingsbevoegdheden te waarborgen;
- 28)
‘eigen vermogen’: eigen vermogen in de zin van artikel 87 van Richtlijn 2009/138/EG;
- 29)
‘afwikkelingsmaatregel’: een besluit om een entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten a) tot en met e), af te wikkelen op grond van artikel 19 of 20, de toepassing van een afwikkelingsinstrument of de uitoefening van een of meer afwikkelingsbevoegdheden;
- 30)
‘afwikkelingsplan’: een afwikkelingsplan dat overeenkomstig artikel 9 voor een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is opgesteld;
- 31)
‘groepsafwikkeling’: hetzij:
- a)
het nemen van een afwikkelingsmaatregel op het niveau van een moederonderneming of van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarop groepstoezicht wordt uitgeoefend, of
- b)
de coördinatie van de toepassing van afwikkelingsinstrumenten en de uitoefening van afwikkelingsbevoegdheden door afwikkelingsautoriteiten met betrekking tot groepsentiteiten;
- 32)
‘groepsafwikkelingsplan’: een plan voor groepsafwikkeling dat overeenkomstig de artikelen 10 en 11 is opgesteld;
- 33)
‘afwikkelingsautoriteit op groepsniveau’: de afwikkelingsautoriteit in de lidstaat waar de groepstoezichthouder is gevestigd;
- 34)
‘groepsafwikkelingsregeling’: een plan dat met het oog op een groepsafwikkeling overeenkomstig artikel 73 is opgesteld;
- 35)
‘afwikkelingscollege’: een college dat overeenkomstig artikel 70 is opgericht;
- 36)
‘Europees afwikkelingscollege’: een college dat overeenkomstig artikel 71 is opgericht;
- 37)
‘gemengde verzekeringsholding’: een gemengde verzekeringsholding, zoals gedefinieerd in artikel 212, lid 1, punt g), van Richtlijn 2009/138/EG;
- 38)
‘normale insolventieprocedures’: de collectieve insolventieprocedures die ertoe leiden dat de debiteur het beheer en de beschikking over zijn vermogen geheel of gedeeltelijk verliest en dat een liquidateur of een bewindvoerder wordt aangewezen, die normaal gesproken op grond van het nationaal recht op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen van toepassing zijn, en die ofwel specifiek voor die ondernemingen gelden, ofwel algemeen op alle natuurlijke personen en rechtspersonen van toepassing zijn;
- 39)
‘schuldinstrumenten’: obligaties en andere vormen van overdraagbare schuld, instrumenten die een schuld creëren of erkennen, en instrumenten die recht geven op het verwerven van schuldinstrumenten;
- 40)
‘schuldvordering uit hoofde van verzekering’: een schuldvordering uit hoofde van verzekering, zoals gedefinieerd in artikel 268, lid 1, punt g), van Richtlijn 2009/138/EG;
- 41)
‘moederonderneming’: een moederonderneming, zoals gedefinieerd in artikel 13, punt 15), van Richtlijn 2009/138/EG;
- 42)
‘staatssteunregels van de Unie’: het kader dat is vastgesteld bij de artikelen 107, 108 en 109 VWEU en de verordeningen en alle handelingen van de Unie, met inbegrip van richtsnoeren, mededelingen en bekendmakingen, die krachtens artikel 108, lid 4, of artikel 109 VWEU zijn uitgevaardigd of aangenomen;
- 43)
‘liquidatie’: het te gelde maken van activa van een entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten a) tot en met e);
- 44)
‘instrument van afsplitsing van activa en passiva’: het mechanisme voor het verrichten van een overdracht door een afwikkelingsautoriteit van activa, rechten of passiva van een onderneming in afwikkeling aan een vehikel voor activa- en passivabeheer, in overeenstemming met artikel 30;
- 45)
‘vehikel voor activa- en passivabeheer’: een rechtspersoon die voldoet aan de vereisten van artikel 30, lid 2;
- 46)
‘afschrijvings- of omzettingsinstrument’: het mechanisme voor het verrichten van de uitoefening door een afwikkelingsautoriteit van de afschrijvings- en omzettingsbevoegdheden ten aanzien van de passiva van een onderneming in afwikkeling, in overeenstemming met artikel 35;
- 47)
‘instrument van verkoop van de onderneming’: het mechanisme voor het verrichten van een overdracht door een afwikkelingsautoriteit van door een onderneming in afwikkeling uitgegeven aandelen of andere eigendomsinstrumenten of van activa, rechten of passiva van een onderneming in afwikkeling aan een verkrijger die geen overbruggingsonderneming is, in overeenstemming met artikel 31;
- 48)
‘overbruggingsonderneming’: een rechtspersoon die voldoet aan de vereisten van artikel 32, lid 2;
- 49)
‘instrument van de overbruggingsonderneming’: het mechanisme voor het overdragen van aandelen of andere door een onderneming in afwikkeling uitgegeven eigendomsinstrumenten, of van activa, rechten of passiva van een onderneming in afwikkeling aan een overbruggingsonderneming, in overeenstemming met artikel 32;
- 50)
‘instrument van solvabele run-off’: het mechanisme om een onderneming in afwikkeling te verbieden nieuwe verzekerings- of herverzekeringscontracten af te sluiten en voor het beperken van haar activiteiten tot het administreren van haar bestaande portefeuille tot aan de beëindiging van haar activiteiten en liquidatie volgens de normale insolventieprocedure overeenkomstig artikel 27;
- 51)
‘eigendomsinstrumenten’: aandelen, andere instrumenten die recht geven op eigendom, instrumenten die kunnen worden omgezet in of recht geven op de verwerving van aandelen of andere eigendomsinstrumenten, en instrumenten die belangen in aandelen of andere eigendomsinstrumenten vertegenwoordigen;
- 52)
‘aandeelhouder’: een houder van eigendomsinstrumenten;
- 53)
‘overdrachtsbevoegdheden’: de in artikel 42, lid 1, punt e) of f), bedoelde bevoegdheden voor het overdragen van aandelen, andere eigendomsinstrumenten, schuldinstrumenten, activa, rechten of passiva, dan wel een willekeurige combinatie daarvan van een onderneming in afwikkeling aan een ontvanger;
- 54)
‘centrale tegenpartij’ (CTP): een CTP, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (1);
- 55)
‘derivaat’: een derivaat, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 5, van Verordening (EU) nr. 648/2012;
- 56)
‘afschrijvings- en omzettingsbevoegdheden’: de bevoegdheden, bedoeld in artikel 35, lid 2, en artikel 42, lid 1, punten g) tot en met k);
- 57)
‘door zekerheid gedekte verplichting’: een verplichting waarbij het recht van de schuldeiser op betaling of een andere vorm van verrichting gedekt wordt door een verpanding, een pand of pandrecht, of zekerheidsregelingen, met inbegrip van verplichtingen die voortvloeien uit retrocessietransacties en andere zekerheidsovereenkomsten die tot overdracht van eigendom/gerechtigdheid leiden;
- 58)
‘tier 1-instrumenten’: kernvermogensbestanddelen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 94, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG;
- 59)
‘tier 2-instrumenten’: kernvermogens- of aanvullendvermogensbestanddelen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 94, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG;
- 60)
‘tier 3-instrumenten’: kernvermogens- of aanvullendvermogensbestanddelen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 94, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG;
- 61)
‘in aanmerking komende passiva’: de passiva en kapitaalinstrumenten die niet kunnen worden aangemerkt als tier 1-, tier 2- of tier 3-instrumenten van een entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten a) tot en met e), en die niet van het toepassingsgebied van het afschrijvings- of omzettingsinstrument op grond van artikel 35, leden 5 tot en met 8, zijn uitgesloten;
- 62)
‘verzekeringsgarantiestelsel’: een door een lidstaat officieel erkend stelsel dat wordt gefinancierd middels bijdragen van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of verzekeringnemers die garant staan voor de gehele of gedeeltelijke betaling van in aanmerking komende schuldvorderingen uit hoofde van verzekering aan in aanmerking komende verzekeringnemers, benadeelden en begunstigden, of die de voortzetting van verzekeringspolissen garanderen indien een verzekeringsonderneming niet in staat is of waarschijnlijk niet in staat zal zijn aan de verplichtingen krachtens haar verzekeringsovereenkomsten te voldoen;
- 63)
‘relevante kapitaalinstrumenten’: tier 1-, tier 2- of tier 3-instrumenten;
- 64)
‘omzettingskoers’: de factor die het aantal aandelen of andere eigendomsinstrumenten bepaalt waarin een passief van een bepaalde categorie zal worden omgezet, onder verwijzing naar hetzij één enkel instrument van de betrokken categorie, hetzij een welbepaalde waarde-eenheid van een schuldvordering;
- 65)
‘getroffen schuldeiser’: een schuldeiser wiens of wier vordering betrekking heeft op een verplichting die verlaagd is of in aandelen of andere eigendomsinstrumenten is omgezet middels de uitoefening van de afschrijvings- en omzettingsbevoegdheden in het kader van het gebruik van het afschrijvings- of omzettingsinstrument;
- 66)
‘ontvanger’: de entiteit waaraan aandelen, andere eigendomsinstrumenten, schuldinstrumenten, activa, rechten of passiva of een willekeurige combinatie daarvan door een onderneming in afwikkeling worden overgedragen;
- 67)
‘werkdag’: een andere dag dan een zaterdag, een zondag of een nationale feestdag in de betrokken lidstaat;
- 68)
‘beëindigingsrecht’: een recht om een contract te beëindigen, een recht om verplichtingen te versnellen, voortijdig te beëindigen of te verrekenen, dan wel een eventuele soortgelijke bepaling die een verplichting van een partij bij het contract opschort, wijzigt of nietig verklaart of een bepaling die het ontstaan belet van een verplichting uit hoofde van het contract die anders zou zijn ontstaan;
- 69)
‘onderneming in afwikkeling’: een entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten a) tot en met e), ten aanzien waarvan een afwikkelingsmaatregel wordt genomen;
- 70)
‘uiteindelijke moederonderneming’: een moederonderneming in een lidstaat, die deel uitmaakt van een groep die overeenkomstig artikel 213, lid 2, punt a) of b), van Richtlijn 2009/138/EG onderworpen is aan groepstoezicht, geen dochteronderneming is van een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding waaraan in een van de lidstaten vergunning is verleend of die in een van de lidstaten is opgericht;
- 71)
‘verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land’: verzekeringsonderneming van een derde land of herverzekeringsonderneming van een derde land, zoals gedefinieerd in artikel 13, punten 3 en 6, van Richtlijn 2009/138/EG;
- 72)
‘afwikkelingsprocedures van een derde land’: een optreden uit hoofde van het recht van een derde land om het falen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land of een moederonderneming van een derde land te beheren dat, wat de doelstellingen en de te verwachten resultaten betreft, vergelijkbaar is met afwikkelingsmaatregelen uit hoofde van deze richtlijn;
- 73)
‘Uniebijkantoor van een onderneming van een derde land’: een bijkantoor van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land, dat in een lidstaat is gevestigd;
- 74)
‘betrokken autoriteit van een derde land’: een autoriteit van een derde land die verantwoordelijk is voor de uitoefening van functies die vergelijkbaar zijn met die van afwikkelingsautoriteiten of toezichthoudende autoriteiten uit hoofde van deze richtlijn;
- 75)
‘financiëlezekerheidsovereenkomst die leidt tot overdracht’: een financiëlezekerheidsovereenkomst die leidt tot overdracht, zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt b), van Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad (2);
- 76)
‘salderingsovereenkomst’: een overeenkomst waarbij een aantal vorderingen of verplichtingen in één enkele nettovordering kunnen worden omgezet, met inbegrip van overeenkomsten tot saldering bij vroegtijdige beëindiging waarbij, wanneer zich een afdwingingsgrond voordoet (hoe ook of waar ook gedefinieerd), de verplichtingen van de partijen worden versneld zodat deze onmiddellijk verschuldigd zijn of beëindigd worden, en in ieder geval in één enkele nettovordering worden omgezet of erdoor worden vervangen, met inbegrip van ‘clausules tot saldering bij vroegtijdige beëindiging’, zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt n), i), van Richtlijn 2002/47/EG, en ‘verrekening (netting)’, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt k), van Richtlijn 98/26/EG;
- 77)
‘verrekeningsovereenkomst’: een overeenkomst waarbij twee of meer vorderingen of verplichtingen tussen de onderneming in afwikkeling en een tegenpartij met elkaar kunnen worden verrekend;
- 78)
‘financiële contracten’: financiële contracten, zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 100, van Richtlijn 2014/59/EU;
- 79)
‘crisispreventiemaatregel’: de uitoefening van bevoegdheden om een onderneming met het aanpakken van de tekortkomingen of belemmeringen voor herstel uit hoofde van artikel 6, lid 5, van deze richtlijn te gelasten, de uitoefening van bevoegdheden voor het aanpakken of wegnemen van belemmeringen voor de afwikkelbaarheid uit hoofde van artikel 15 of 16 van deze richtlijn, de toepassing van maatregelen uit hoofde van artikel 137, artikel 138, leden 3 en 5, artikel 139, lid 3, en artikel 140 van Richtlijn 2009/138/EG, en de toepassing van een preventiemaatregel uit hoofde van artikel 141 van Richtlijn 2009/138/EG;
- 80)
‘crisisbeheersingsmaatregel’: een afwikkelingsmaatregel, de aanstelling van een bijzonder bestuurder uit hoofde van artikel 44 of de aanstelling van een persoon uit hoofde van artikel 54, lid 1;
- 81)
‘aangewezen nationale macroprudentiële autoriteit’: de autoriteit die is belast met het voeren van macroprudentieel beleid als bedoeld in aanbeveling B1 van de Aanbeveling van het Europees Comité voor systeemrisico's van 22 december 2011 betreffende het macroprudentiële mandaat van nationale autoriteiten (ESRB/2011/3);
- 82)
‘gereglementeerde markt’: een gereglementeerde markt, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 21, van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (3);
- 83)
‘kredietinstelling’: een kredietinstelling, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4);
- 84)
‘beleggingsonderneming’: een beleggingsonderneming, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013;
- 85)
‘kleine en niet-complexe onderneming’: een kleine en niet-complexe onderneming, zoals gedefinieerd in artikel 13, punt 10 bis, van Richtlijn 2009/138/EG;
- 86)
‘aanbieder van essentiële diensten’: een entiteit die goederen of diensten aanbiedt, zoals IT-diensten, nutsvoorzieningen en de verhuur, exploitatie en onderhoud van gebouwen, die nodig zijn om de continue verrichting van de activiteiten van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming in stand te houden, of die nodig zijn om de continuïteit van de verzekeringsdekking te waarborgen, en die deel uitmaakt van dezelfde groep als die onderneming;
- 87)
‘dochteronderneming’: een dochteronderneming, zoals gedefinieerd in artikel 13, punt 16, van Richtlijn 2009/138/EG;
- 88)
‘Uniedochteronderneming’: een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die haar hoofdkantoor in een lidstaat heeft en die een dochteronderneming is van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land of een moederonderneming van een derde land;
- 89)
‘bijkantoor’: een bijkantoor, zoals gedefinieerd in artikel 13, punt 11, van Richtlijn 2009/138/EG;
- 90)
‘bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan’: een bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan, zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 43, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie (5);
- 91)
‘financieel conglomeraat’: een financieel conglomeraat, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 14, van Richtlijn 2002/87/EG.
Voetnoten
Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).
Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2002 betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten (PB L 168 van 27.6.2002, blz. 43).
Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).
Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en de uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 12 van 17.1.2015, blz. 1).