Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context
Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/1.7.7:1.7.7 Onvolkomenheden: onjuiste, onvolledige, onduidelijke voorlichting
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/1.7.7
1.7.7 Onvolkomenheden: onjuiste, onvolledige, onduidelijke voorlichting
Documentgegevens:
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661610:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Van de Sande 2019, par. 1.5.2.
Vgl. Hof Den Haag 24 mei 2017, nr. BK-16/00303, V-N 2017/39.20.
Vgl. Hof Arnhem-Leeuwarden 19 januari 2021, nr. 19/00763, V-N 2021/17.24.18, r.o. 4.23.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan voorlichting zijn inherent beperkingen gebonden, zoals in termen van omvang en taalgebruik (zie paragraaf 2.5). Een beroep op het vertrouwensbeginsel bij voorlichting kan aan de orde komen wanneer de burger vertrouwen ontleent aan voorlichting die achteraf onvolkomenheden blijkt te bevatten, bijvoorbeeld omdat deze onjuist of onvolledig is. Wat houden deze begrippen in?1 Dat hangt ervan af vanuit welk perspectief dit wordt bezien: een voorlichtende uiting kan bijvoorbeeld onvolledig zijn ten opzichte van de belastingwet, maar dat hoeft niet te leiden tot onvolledigheid ten aanzien van een concrete situatie (bijvoorbeeld wanneer voor de burger niet-relevante uitzonderingen niet zijn behandeld). Een uiting kan ten opzichte van de wet juiste informatie bevatten, maar kan leiden tot een onjuiste rechtstoepassing in concrete gevallen (bijvoorbeeld als hetgeen in de informatie staat niet onjuist is, maar wel onvolledig is). Een uiting kan onjuist zijn ten opzichte van de ene burger, maar niet ten opzichte van de andere burger, maar het kan ook in algemene zin onjuist zijn (bijvoorbeeld bij een onjuiste rechtsopvatting of een typefout). Onjuistheid en onvolledigheid sluiten elkaar bovendien niet uit. Zo kan een uiting onvolledig zijn én onjuist zijn, of door zijn onjuistheid ook onvolledig worden.
Voorbeeld
Stel, een burger raadpleegt een brochure met daarin de voorwaarden voor toepassing van de verruimde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning. Daarin is een drietal (materiële) voorwaarden genoemd. Deze zijn op de situatie van de burger van toepassing. Stel dat er daarnaast ook een (niet vermelde) beperking geldt ten aanzien van het moment van de schenking. Daaraan voldoet de burger niet. Dan is de informatie onvolledig én onjuist door die onvolledigheid. Het is onvolledig omdat één voorwaarde (tijdbeperking) ontbreekt en het is onjuist omdat die voorwaarde een juiste toepassing van de faciliteit verhindert.2
Stel dat op de website van de Belastingdienst de voorwaarden zijn vermeld voor toepassing van het kwarttarief voor de motorrijtuigenbelasting voor kampeerauto’s. Daarbij is echter niet vermeld dat bij de daarvoor uit te voeren meting de stoelen van de bestuurder en de bijrijder in de achterste stand moeten zijn geplaatst. Dan is de voorlichting onvolledig. Is het ook onjuist? Vanuit de wet bezien is wat er staat niet fout. Wel is het onvolledig (een relevante nuance ontbreekt) en daardoor wordt het onjuist in situaties dat toepassing van (enkel) de genoemde voorwaarden niet leidt tot een correcte toepassing van de faciliteit.3
Deze voorbeelden maken inzichtelijk dat onjuistheid en onvolledigheid kunnen samengaan (paragraaf 2.6.1). Bovendien kan informatie onduidelijk zijn (bijvoorbeeld multi-interpretabel) en daarmee onvoldoende precies en schiet deze dus te kort. Waar ik hierna spreek over tekortschietende of gebrekkige voorlichting, bedoel ik voorlichting die op de één of andere manier onvolkomenheden bevat (bijvoorbeeld door onjuistheid, onvolledigheid of onduidelijkheid).