Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/8.6
8.6 Buitengerechtelijk 'dwangakkoord'?
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS443623:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Onder meer door Van Dijk, Onderhandse dwangakkoorden, Tvl 1999/10, p. 181 e.v.
Uiteraard gaat deze vraagstelling alleen maar op indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is met of zonder beroep of bedrijf.
Zie voor jurisprudentie de paragrafen hiervoor.
Indien een weigerachtige schuldeiser door de rechter wordt verplicht deel te nemen aan een buitengerechtelijke regeling, wordt in de literatuur gesproken van een buitengerechtelijk dwangakkoord. Hierdoor zou ten onrechte de indruk kunnen worden gewekt dat een dergelijke regeling gelijk kan worden gesteld aan een wettelijk dwangakkoord.
Wet van 24 mei 2007, Stb. 192, in werking getreden op 1 januari 2008.
In deze paragraaf zal het een en ander worden opgemerkt over de verhouding tussen een wettelijk akkoord uit de schuldsaneringsregeling en een buitengerechtelijke regeling. Reeds eerder in dit hoofdstuk heb ik aangegeven dat met de komst van de schuldsaneringsregeling in december 1998 de vraag is opgeworpen of een verzoek tot het dwingen van een weigerachtige schuldeiser zijn medewerking te verlenen aan een buitengerechtelijke regeling, nog mogelijk is.1 Is met de invoering van de schuldsaneringsregeling de dwangdeelname van een weigerachtige schuldeiser aan een buitengerechtelijke regeling onmogelijk, althans ongepast geworden?2 Ik meen van niet en dat de rechtspraktijk het hier mee eens is, blijkt wel uit de jurisprudentie die op dit punt na 1999 is blijven verschijnen.3 De komst van de schuldsaneringsregeling heeft hierin geen verandering gebracht. Het bestaan van de schuldsaneringsregeling doet immers niet af aan het feit dat het weigeren in te stemmen met een buitengerechtelijke regeling, misbruik van bevoegdheid kan opleveren. Naar mijn mening bijten beide voorzieningen elkaar niet. Bedacht dient immers te worden dat een zogenaamd 'buitengerechtelijk dwangakkoord' vooralsnog niet bestaat, althans niet met eenzelfde betekenis als een wettelijk dwangakkoord.4 Indien een rechter een schuldeiser verplicht zijn medewerking te verlenen aan een buitengerechtelijke regeling, heeft deze 'dwangdeelname' slechts een beperkte strekking: de gedwongen gebondenheid ziet slechts op deze veroordeelde weigerachtige schuldeiser. Een wettelijk dwangakkoord daarentegen heeft een algemeen bereik: een dergelijk akkoord is immers verbindend5 ten opzichte van alle schuldeisers voor wie de schuldsaneringsregeling geldt. Bovendien kan een wettelijk akkoord een dwangakkoord zijn, omdat de regeling met betrekking tot de totstandkoming van het akkoord onder meer door de verplichte homologatie met waarborgen is omgeven. Dit geldt, zoals hiervoor is uiteengezet, evenwel niet voor een buitengerechtelijke regeling. De invoering van art. 287a Fw per 1 januari 20086 brengt mijns inziens evenmin verandering in het voorgaande. In de volgende paragraaf wordt art. 287a Fw besproken en zal hierop nader worden ingegaan.