Startinformatie in het strafproces
Einde inhoudsopgave
Startinformatie in het strafproces 2014/4.5.2.4:4.5.2.4 Anonieme meldingen: startinformatie of ook bewijsmiddel?
Startinformatie in het strafproces 2014/4.5.2.4
4.5.2.4 Anonieme meldingen: startinformatie of ook bewijsmiddel?
Documentgegevens:
mr. dr. S. Brinkhoff, datum 29-09-2014
- Datum
29-09-2014
- Auteur
mr. dr. S. Brinkhoff
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 20 november 1989, NJ 1990, 245(Kostovski).
Hoge Raad 13 juni 2006, NJ 2006, 346. In dit verband zij gewezen op een vonnis van de Bossche rechtbank waarin wordt overwogen dat een melding van MMA niet voor het bewijs kan worden gebruikt. Zie hiervoor Rb. ‘s-Hertogenbosch 9 september 2009, LJN BJ7087.
Hoge Raad van 17 april 2012, NJ 2012, 413 m.nt. Borgers.
Hoge Raad 23 oktober 2012, LJN BX6752.
Hoge Raad 20 december 2011, LJN BQ6003.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het voorgaande volgt dat een anonieme melding als startinformatie voor een strafrechtelijk onderzoek kan worden gebruikt en als grondslag kan dienen voor het toepassen van dwangmiddel. Gezegd kan worden dat voldoende toetsing van dat soort anonieme informatie plaatsvindt door de gegevens te staven met de resultaten van nader politieel onderzoek. Betwijfeld kan echter worden of dergelijke informatie vervolgens ook voor het bewijs kan worden gebruikt. In dit verband wordt gewezen op de uitspraak van het EHRM in de zaak Kostovski.1 Het EHRM overweegt in dit arrest dat het EVRM niet uitsluit dat in de onderzoeksfase voorafgaand aan de terechtzitting gebruik wordt gemaakt van anonieme bronnen, maar dat het vervolgens gebruiken van anonieme verklaringen als voldoende bewijs voor een veroordeling een andere zaak is. De rechten van de verdediging worden daardoor beperkt in een mate die onverenigbaar is met art. 6 EVRM. Deze lijn van het verschil in toetsing tussen het gebruik van anoniem materiaal als startinformatie en voor het bewijs wordt ook zichtbaar in een arrest van de Hoge Raad uit 2006.2 De Hoge Raad betrekt in zijn oordeel over het niet in strijd met art. 6 EVRM zijn van het gebruik van een MMA-melding voor de start van het opsporingsonderzoek immers de omstandigheid dat het hof de melding niet voor het bewijs heeft gebruikt.
Gesteld kan worden dat het voor het gebruik voor het bewijs van een anonieme tip, naast het toetsen van de betrouwbaarheid van de informatie, mogelijk moet zijn de betrouwbaarheid van de tipgever te controleren. Deze toetsing zou plaats kunnen vinden door de tipgever als getuige te horen. Dit is in nagenoeg alle gevallen echter niet mogelijk nu zelfs bij politie en OM de identiteit van de anonieme melder niet bekend zal zijn. De noodzaak van onder meer het uitgebreid toetsen van de betrouwbaarheid van de verstrekker van dat soort potentieel anoniem bewijs, volgt ook uit art. 344a Sv in combinatie met art. 360 Sv. Het eerste lid van art. 344a Sv bepaalt dat een bewezenverklaring niet uitsluitend of in beslissende mate mag worden gegrond op anonieme verklaringen en het derde lid bepaalt dat anoniem materiaal, waaronder dus ook een anonieme tip, alleen mag meewerken tot het bewijs als de bewezenverklaring in belangrijke mate steun vindt in andersoortig bewijsmateriaal en de verdachte of zijn raadsman in de loop van het geding niet de wens te kennen hebben gegeven de anonieme melder te horen. Wat betreft dit laatst punt is het dus aan de verdediging in elke fase van het geding en bovendien ter zitting te herhalen dat de anonieme melder als getuige moet worden gehoord, zo volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 17 april 2012.3 In art. 360 Sv wordt voorts een extra motiveringsplicht gecreëerd voor het geval de rechter anoniem materiaal voor het bewijs gebruikt. Wat betreft dit laatste punt is het arrest van de Hoge Raad van 23 oktober 2012 relevant.4 In casu casseert de Hoge Raad een arrest van het hof nu het niet heeft voldaan aan de uit art. 360 Sv voortvloeiende motiveringsplicht die meebrengt dat aangegeven moet worden dat aan de eisen van het derde lid van art. 344a Sv is voldaan en dat er voorts blijk van moet zijn geven dat de rechter zelfstandig de betrouwbaarheid van de anonieme verklaring heeft onderzocht. Het gebruik van een anonieme melding voor het bewijs roept dus alleen al een (zware) motiveringsplicht op en is daarom nagenoeg illusoir te noemen. Deze motiveringsplicht bestaat ook in ontnemingszaken. Zie in dit verband het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2011.5 In casu wordt een MMA-melding gebruikt om de hoogte van het te ontnemen bedrag gedeeltelijk op te baseren. De Hoge Raad overweegt dat art. 360 Sv op een ontnemingsprocedure van toepassing is, terwijl art. 344a Sv dat (formeel) niet is. Voorts overweegt de Hoge Raad dat in het geval dat soort anonieme informatie in de ontnemingsprocedure wordt gebruikt, wel dient te zijn gewaarborgd dat in voldoende mate tegemoet wordt gekomen de verdedigingsrechten en dat het voorgaande meebrengt dat de rechter in zijn uitspraak ervan blijk moet hebben gegeven te hebben onderzocht of de anonieme verklaring betrouwbaar is en of aan de verdedigingsrechten in voldoende mate is tegemoetgekomen. Naar het oordeel van de Hoge Raad blijkt in deze zaak van een dergelijk onderzoek niet en wordt er dus gecasseerd.
Concluderend kan worden gesteld dat de in een anonieme melding vervatte informatie, ook als deze in een brief bij de politie binnenkomt, eigenlijk alleen in theorie voor het bewijs kan worden gebruikt, tenzij de identiteit van de melder wordt achterhaald en hij vervolgens als getuige wordt gehoord. Alleen in die omstandigheid worden de uit art. 6 EVRM voortvloeiende verdedigingsrechten op een afdoende wijze gewaarborgd. Er bestaat nog een andere reden waarom het alleen in het geschetste geval niet bezwaarlijk is een anonieme melding voor het bewijs te gebruiken. In alle andere gevallen bestaat namelijk het risico op dubbeltelling: de anonieme melder komt dan ook als getuige voor in het strafdossier. Ogenschijnlijk bestaan op dat moment twee informatiebronnen, terwijl er feitelijk maar één bron is. Ook om deze reden dienen anonieme meldingen niet voor het bewijs te worden gebruikt.