De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/2.2.8:2.2.8 Financiële afwikkeling
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/2.2.8
2.2.8 Financiële afwikkeling
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702011:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Onder ‘kosten van het proces’ wordt in dit verband ook verstaan de preprocessuele kosten (HR 6 maart 1991, ECLI:NL:PHR:1991:AB9358, NJ 1991/818 (Person/Amsterdam). Uitgezonderd van art. 50 zijn de kosten in cassatie.
Sluysmans & Schuite 2022, p. 219. Dat is anders voor de eventuele sub-deskundige die conform het hierboven beschreven sub-deskundigen-protocol diens verwachte kosten inzichtelijk moet maken.
HR 22 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD2958, NJ 1999/43 (Staat/Crombach).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onteigeningswet
In de onteigeningswet is de gehele financiële afwikkeling van de procedure in slechts één artikel geregeld – artikel 50. Het uitgangspunt van dat artikel is duidelijk; behoudens enkele in de wet opgesomde uitzonderingen komen de kosten van het proces – waaronder begrepen de kosten van rechtbankdeskundigen – ten laste van de onteigenende partij. 1De uitzonderingen op die regel zijn beschreven in het eerste en derde lid van artikel 50. Krachtens dat artikel kan de rechtbank een andere kostenverdeling gelasten indien de schadeloosstelling op een lager bedrag wordt vastgesteld dan het aanbod bij dagvaarding. Datzelfde geldt indien er overige omstandigheden zijn die nopen tot een andere kostenverdeling – bijvoorbeeld wanneer de onteigende onvoldoende medewerking heeft verleend gedurende het verloop van de procedure.
Omgevingswet
In de Omgevingswet blijft het uitgangspunt dat de onteigenaar in de kosten van de procedure wordt veroordeeld onveranderd. Wel is de kostenregeling voortaan verspreid opgenomen. De kosten van de schadeloosstellingsprocedure – waaronder vallen de kosten van rechtbankdeskundigen – komen krachtens art. 15.46 Omgevingswet voor rekening van de onteigenaar. Daarbij gelden dezelfde uitzonderingsgronden zoals die onder artikel 50 van de onteigeningswet golden.
Analyse
In de praktijk is het niet zo dat deskundigen voorafgaand aan hun werkzaamheden de kosten daarvan begroten. Ook de opgave van een uurtarief blijft veelal achterwege.2 De indiening van de slotdeclaratie geschiedt doorgaans na slotpleidooi. De rechtbank stelt partijen (en in elk geval de onteigenaar) in de gelegenheid zich uit te laten over die declaraties.3