Antichresis en pandgebruik
Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/7.4:7.4 De verdwijning van het recht van pandgebruik in het BW 1838
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/7.4
7.4 De verdwijning van het recht van pandgebruik in het BW 1838
Documentgegevens:
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264556:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf bespreek ik de parlementaire geschiedenis die leidde tot de invoering van de Nederlandse codificatie van 1838. Zij betekende het einde van het recht van het zelfstandige recht van antichrese dat in de wet was vastgelegd. Het recht van pandgebruik keerde niet terug in het BW van 1838. Vervolgens geef ik weer hoe de rechtsgeleerde literatuur reageerde op het verdwijnen van het recht van pandgebruik en de zelfstandige antichrese. De inhoudelijke betekenis van deze parlementaire geschiedenis voor de mogelijkheid om onder het BW 1838 een recht van pandgebruik tot stand te brengen, komt aan de orde in het volgende hoofdstuk.
7.4.1 Ontwerpen 1816 en 18207.4.2 Parlementaire Geschiedenis BW 1838