Antichresis en pandgebruik
Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/7.2:7.2 Ontwerp-Kreet, Ontwerp Wetboek Van der Linden en Wetboek Napoléon
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/7.2
7.2 Ontwerp-Kreet, Ontwerp Wetboek Van der Linden en Wetboek Napoléon
Documentgegevens:
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264509:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de periode van 1798 tot 1811 (hierna: ‘de periode 1798-1811’) zijn er verschillende pogingen ondernomen om een codificatie van het burgerlijk recht te maken. In deze paragraaf bespreek ik drie wetgevingsdocumenten: het ontwerp-Burgerlijk Wetboek voor de Bataafse Republiek van de Commissie van 1798, het Ontwerp-Van der Linden en het Wetboek Napoléon, ingerigt voor het Koningrijk Holland (WNH). Deze drie documenten geven samen een beeld van de rechtsopvatting ten aanzien van het recht van pandgebruik, zoals die leefde in de Nederlanden aan de vooravond van de invoering van de Code civil. Een gemene deler van deze documenten was dat zij geen zelfstandige antichrese kenden, maar wel een recht van pandgebruik. Eerst geef ik een inleiding op het ontwerp van de Commissie van 1798, het Ontwerp-Van der Linden en het WNH. Daarna laat ik zien hoe de verschillende ontwerpen het recht van pandgebruik regelden. In dit verband bespreek ik de vestiging van een recht van pandgebruik, de rechten die hieruit voortvloeiden en de functies die aan het recht van pandgebruik konden toekomen.
7.2.1 Ontwerp-1798, Ontwerp-Van der Linden en WNH: een introductie7.2.2 Vestiging7.2.3 Uitoefening van het recht van pandgebruik7.2.4 Functies