Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.6.1
9.6.1 Kennisbasis politieke betrokkenheid: belangstelling en participatie
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977219:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Gemmeke 1998, p. 195-198. Groep 4 ziet de burgemeester als degene die het meest te zeggen heeft. In groep 8 is dat idee vrijwel losgelaten (p. 113); vgl. Binnema e.a. 2007.
Ibid., p. 177-178; Van Riessen & Van Manen 2006, p. 37, A. Thijs 2008, Thijs & Van der Akker 2009 en Katsma 2009, p. 17-22.
Ibid., p. 140.
M. Venhuizen, ‘Gewoon omdat identiteit leuk is’, Schoolbestuur 2014, p. 8-9 (Leerlingenraad St. Bernadetteschool in Heeten (Ov) ontvangt uit handen van Dick Wijte, voorzitter VKO, de VKO-penning 2013); vgl.de kinderraad in Hilvarenbeek: broeders@willibrordus-schooldiessen.nl; P. Zunneberg, ´Gemeentepolitiek voor kinderen´, Didactief 2014, 5, p. 29 en D.R. Feringa, Burgerschap als ambacht. Jongerenraden in Nederland, Delft: Eburon 2014.
Vgl. L. van Middelaar, ’De democratie kan zonder ideologie’, NRC, 1 december 2002 en K. Schuyt, ’De waarden van de rechtsstaat’, in: Brugmans & Buijsen (red.) 2004, p. 143-158.
Burkens e.a. 2012, p. 7, 33; Burkens 1989, Schuyt 2006, p. 125 e.v. en M. Adams & W. Witteveen, ’Drie dimensies van de rechtsstaat´, NJB 2014, p. 1370.
Dat het mogelijk is vroeg te beginnen met de ontwikkeling van politieke betrokkenheid van jonge leerlingen op de basisschool laat Gemmeke zien.1 De percepties van politieke kwesties en kennis van politieke instellingen blijken zich al vroeg bij kinderen te ontwikkelen. Veel basisschoolleraren spelen daarop al langer in en vinden dat leerlingen al vroeg moeten weten dat besluiten van de overheid beïnvloedbaar zijn, ’waaraan de nodige tijd wordt besteed’, stelt Gemmeke.2 Ook De Winter acht het wezenlijk ‘leerlingen mogelijkheden [te] bieden tot participatie aan kinderraden voor de inrichting van de eigen leefomgeving of voor een participatie in schoolaangelegenheden’. De overweging is dat later niet van leerlingen gezegd kan worden dat ze weinig beheersen: ‘Geef ze dan ook de ruimte in jeugdbeleid, onderwijs en jeugd-zorg’.3 Zijn woorden zijn niet tot dovemansoren gericht; er zijn sindsdien in den lande vele leerlingen-/kinderraden op basisscholen en in gemeenten in-gesteld.4 Burgerschapsvorming richt zich dus op het toerusten met politieke waarden die aan het democratisch-rechtsstatelijk bestel ten grondslag liggen.5 In de democratische rechtsstaat is de uitoefening van het overheidsgezag aan het recht gebonden en beslist de meerderheid voor (én over) de minderheid met inachtneming van (de grenzen van) het recht.6
Kennisbasis in doorlopende leerlijn leidraad
Onderwijs- en leerdoelen beogen leerresultaten. Het toerusten met democratische kennis, vaardigheden en houdingen vereist curricula met een Programma van toetsing en afsluiting (PTA). De kennisbasis standaardiseert de kwalificaties en is in een doorlopende leerlijn leidraad voor burgerschapsprogramma’s. Hierover gaat de volgende paragraaf.